In een pilot is het niet altijd nodig om iets nieuws te verzinnen. In 2014 ontwikkelde Regio Rivierenland, een van de pilotdeelnemers aan Werken met een Toekomstplan, de werkwijze 'Ik ga op reis en ik neem mee…'. Deze werkwijze begeleidt jongeren aan de hand van hun eigen 'droomplan' bij uitstroom uit de jeugdzorg. De werkwijze werd toen echter niet geïmplementeerd, vooral omdat de transitie van 2015 alle tijd en energie eiste. In een nieuw project wordt nu voortgeborduurd op deze methodiek.

Tussen 2012 en eind 2014 was Truus Gillissen, regisseur en adviseur sociaal domein bij de gemeente Tiel, nauw betrokken bij de ontwikkeling van de werkwijze 'Ik ga op reis en ik neem mee…'. Eén ding is sindsdien niet veranderd, vindt zij. 'Als je met jongeren werkt, is het vanzelfsprekend om niet alleen met het hier en nu bezig te zijn, maar vooral met de toekomst. Waar wil een jongere in een latere fase van zijn leven staan? Hoe verloopt die weg naar zelfstandigheid? En wat heeft een jongere daarvoor nodig?'

In de praktijk

Maar deze vanzelfsprekendheid betekent niet dat dit in de praktijk altijd gebeurt, ziet ook Nicole Westerterp, beleidsadviseur bij het Regionaal Werkbedrijf en Platform Onderwijs en Arbeidsmarkt Rivierenland. 'Dat komt vaak door geldstromen of regels. Als een jongere op zijn 18e opeens naar een ander domein overgaat, is het moeilijk om met de toekomst bezig te zijn.'

Droomplan

Vanaf 2012 is er in de regio gewerkt aan een werkwijze voor de 'ondersteuning na jeugdzorg'. 'Het doel was om jongeren goed voor te bereiden op een zelfstandig leven na een zorgtraject', vertelt Gillissen. 'Alle partners zaten aan tafel: ggz, ambulante jeugdzorg, UWV, onderwijs, jongerenwerk, wijkteams, jeugdbescherming, jeugdreclassering. Het idee was: bij wie een jongere ook binnenkomt, we kijken voor alle leefgebieden hoe we die jongere kunnen begeleiden op weg naar zelfstandigheid.'

De methodiek is mooi uitgewerkt, inclusief een stappenplan en taakverdeling. En een interactieve poster waarmee een jongere zijn 'droomplan' kan ontwerpen. De 'reisroute' begint ten minste zes maanden voor afronding van het hulpverleningstraject. Bij het plan zijn verschillende personen betrokken, onder wie een vrijwillige coach en een hulpverlener die zorg draagt voor een goede uitvoering van het plan. Een contactpersoon bij de gemeente houdt zicht op een goede overdracht vanuit de zorgaanbieder.

Bij deze laatste schakel stokte het vaak, vertelt Truus Gillissen. 'Als een jongere na zijn zorgtraject nog lichte vormen van hulp nodig had, was ik voor Tiel de contactpersoon. Ik ging dan in het lokale veld op zoek naar de beste ondersteuning. Maar na een half jaar realiseerde ik me dat ik bijna nooit zo'n aanvraag kreeg.'

Dit was bij de meeste gemeenten in de regio het geval, ook door de naderende transitie. 'Iedereen was zo druk met de nieuwe Jeugdwet. Er was wel aandacht voor de afschaling van zware specialistische zorg naar lichtere zorg, maar dit kwam slechts minimaal op gang. Daarbij: de wijkteams zijn nu het logische lijntje voor deze jongeren, maar die waren er toen nog niet in alle gemeenten.' Gillissen denkt wel dat organisaties door dit gezamenlijke traject meer toekomstgericht zijn gaan werken. 'De methodiek werd door iedereen onderschreven.'

Toekomstplan als middel

Het is dus logisch dat de regio hierop wil voortbouwen. Afgelopen jaar heeft Regio Rivierenland bij het Transformatiefonds een transformatieplan ingediend: 'samenwerken aan een sluitende aanpak voor kwetsbare jongeren'. Onderdeel hiervan is het werken met een toekomstplan, vertelt Siri Nouws, projectleider transformatiefonds bij Regio Rivierenland. 'Onze insteek is om uit de bestaande methodiek de elementen die goed werken te gebruiken en daarop verder te bouwen. We kijken daarbij vooral naar de wijkteams: die werken allemaal al toekomstgericht.'

Een projectgroep, met professionals vanuit beleid én uitvoering, gaat hier binnenkort mee aan de slag. In het plan is ruimte opgenomen om wijkteams te faciliteren, met bijvoorbeeld een training of het ontwikkelen van extra expertise. 'Uiteindelijk moet het nog meer een manier van denken worden', zegt Nouws. 'Het toekomstplan is dan vooral een middel om afspraken op papier te zetten.'

Uitwisseling

Een belangrijke reden om mee te doen aan de landelijke pilot Werken met een toekomstplan is om te leren van ervaringen en goede voorbeelden in andere regio's. Dat dit waardevol is, bleek al bij de bijeenkomsten met alle pilotdeelnemers. 'Het was interessant om te horen waar andere regio's mee bezig zijn', vertelt Nicole Westerterp. 'Daardoor waarderen we ook nog meer de goede samenwerking die we al hebben. Soms is het goed om bevestigd te krijgen welke stappen we al hebben gezet.'

Zo heeft Rivierenland ook wat te brengen in de uitwisseling van ervaring met andere regio's. Bijvoorbeeld over de begeleiding van vso- en pro-leerlingen. 'Wij zagen dat veel van die jongeren in de bijstand terechtkomen. Medewerkers van de sociale dienst zijn daarom heel actief op de pro- en vso-scholen. Ze begeleiden leerlingen al vanaf een half jaar voordat ze uitstromen. Dit werkt bij ons heel goed. Iemand van een andere regio zat met open mond te luisteren toen we dit vertelden. Dus onze collega van de sociale dienst gaat verder met hen praten over onze ervaringen.'

Toekomstperspectief

Uiteindelijk moeten deze plannen vooral voor de meest kwetsbare jongeren in Rivierenland het verschil gaan maken. 'Die staan op dit moment erg ver af van het meedoen in de maatschappij', zegt Siri Nouws. 'Ik hoop dat we dat gat kleiner kunnen maken.' Nicole Westerterp onderschrijft dit. 'Het doel is dat hun toekomstperspectief er positiever uit komt te zien. Met minder zorg en ondersteuning, en vooral meer zelfstandigheid.'

Over Regio Rivierenland

Regio Rivierenland is een samenwerkingsverband van acht gemeenten: Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, en Zaltbommel. In de samenwerking is veel ruimte voor lokale verschillen, gegeven de verschillende karakters van de acht gemeenten. Zo heeft Tiel veel te maken met grootstedelijke problematiek, terwijl Buren bestaat uit vijftien kleine kernen. Ook is de jeugdhulp, en de toegang daartoe, in de gemeenten heel verschillend georganiseerd. Daarbij zijn de acht gemeenten verdeeld over drie verschillende samenwerkingsverbanden passend onderwijs.