Gemeenten en professionals zijn hard bezig hulp voor jongeren te verbeteren en te vereenvoudigen. Maar wat hebben zij nodig van ons? En welke rol kunnen wij vervullen voor betere, snellere en passende ondersteuning? Jongeren vertellen het ons. Lees over hun ervaring in de praktijk.

Met dank aan ExpEx en de ervaringsdeskundigen voor hun medewerking aan Aanpak 16-27.


"Ik was ziek dus ik werd niet geloofd. Dat vond ik pijnlijk. Ik ben toch óók een persoon?"

Ervaringsdeskundige Merel (26) aan het woord

Ik ben zelf actief op zoek gegaan naar klinieken en uiteindelijk kon ik in een open kliniek in Den Haag terecht. Het reizen was ook beter want het was in de buurt van de omgeving waarin ik ben opgegroeid. Daar ging ik gemotiveerd aan mijn persoonlijke doelen werken. De psycholoog van mijn middelbare school heeft me daar erg bij geholpen en heeft ervoor gezorgd dat ik daar gewoon lessen kon blijven volgen. Het vervelende was echter dat ik het vwo niet kon vervolgen want ze hadden in die kliniek daarvoor niet de bevoegde leraren.

Faalangst

Mijn naam is Merel, 26 jaar en ik heb een chronische depressie. Het begon op een jonge leeftijd. Ik heb altijd een positief karakter gehad, maakte me niet zo snel zorgen om dingen en presteerde goed op school. Maar mijn vader was nogal veeleisend en waar mijn zusje vrijwel nooit iets fout kon doen, deed ik het in zijn ogen nooit goed genoeg. Hij kon soms heel lelijke dingen tegen me zeggen. Dat deed wel pijn, maar ik liet het maar langs me heen glijden. Maar op den duur begon het toch aan me te knagen. Hoewel ik nog altijd goed presteerde op school, ik was de beste van de klas, ontwikkelde ik faalangst. Presteren werd ineens moeilijk voor mij. Ik was bang om te falen, wilde het goed doen. Voor mezelf, maar ook voor de buitenwereld.

Niet alleen de situatie met mijn vader was de boosdoener. Ik beschermde mijn zusje altijd, nam het altijd voor haar op en nam soms de schuld op me, zodat zij ermee weg kwam. Hetzelfde gold voor mijn vriendinnen, want die had ik gelukkig wel heel veel. Ik was er altijd voor ze. Wat ik heel fijn vond om te doen, want ik wil graag mensen helpen. Het past ook bij mijn karakter, vind ik: zorgzaam en verantwoordelijk. Ik vond het normaal om op mijn tenen te moeten lopen. Ook voor anderen.

Toen ineens sloeg het om. Niet alleen ontwikkelde ik faalangst. Ik werd ziek. En goed ook. Ik moest naar school gebracht worden. Hoewel mij werd geadviseerd thuis in bed te blijven liggen, ging ik toch naar school. Praten erover deed ik niet. Dat deden we thuis niet. Verdrietig of boos zijn mocht eigenlijk niet. Alleen als er iemand overleed misschien. Maar emoties tonen was niet echt normaal. En dat vond ik dus ook, want zo was ik opgevoed. Ik wist niet beter. Niet dat alles slecht was in mijn jeugd. Ik had mijn vriendinnen, mijn zusje en mijn moeder. Ik speelde vaak buiten en ging lekker in zwemmen in de zomervakanties. Maar ik werd onzeker door de prestatiedruk. Alles wat met presteren te maken had, werd een last.

Pesten

In het eerste jaar op de middelbare school werd er een faalangsttraining en sociale vaardigheidstraining gegeven. Maar ik mocht het uiteindelijk niet volgen, want mijn mentor vond dat ik hoge cijfers haalde dus ik had het niet nodig in zijn ogen. Ik werd vervolgens gepest op school door een jaloerse klasgenoot. Ik had een heel leuke vriendinnen groep. Maar dat meisje had een grote mond en daardoor was iedereen bang voor haar. Dus mijn vriendinnen lieten me daardoor vallen en deden raar tegen me. Ik werd uitgemaakt voor nerd, omdat ik hoge cijfers haalde. Op een dag was ik het zo zat en heb ik thuis gezegd dat ik net meer school wilde gaan. Toen heeft mijn moeder contact opgenomen met school. Mijn mentor heeft het met een aantal gesprekken gelukkig weten op te lossen.

Helaas werd de faalangst steeds erger. Ik ging naar het Gymnasium. Daar presteerde ik goed, maar de stress werd me teveel. Ik leverde soms blanco opdrachten in en had soms blackouts. Ik had inmiddels een andere mentor en die besloot dat toch iets moest doen aan mijn faalangst. Ik werd vervolgens in groepjes geplaatst met leerlingen die ook faalangst hadden. Op die manier zouden we elkaar kunnen steunen en elkaar proberen te begrijpen. Maar het wat waren veel jongere leerlingen, brugklassers. Ik zat in de 3e klas en het werkte daardoor niet voor mij. Ondertussen liep ik ook bij de psycholoog, maar ook dat werkte niet voor mij. De psycholoog was pas 25 jaar oud en hij zei alleen dat ik positieve gedachten moest hebben. Een vorm van cognitieve gedragstherapie dus. Maar ik was van mezelf al positief ingesteld. Dat was niet het probleem.

Zelfmoordpoging

Ik werd steeds meer somber, vooral rond mijn 16e jaar. Dat heeft overigens ook te maken met een trauma die ik vroeger heb opgelopen. Daar wilde ik liever niet over praten. Ik vertelde mijn ouders en de psycholoog maar dat het goed ging met me. Beter dat dan hulp waar ik niks aan had. Alles leek daardoor weer normaal. Totdat ik een conflict kreeg met mijn ouders. Ze zeiden nare dingen over en wilden me het huis uitzetten. Ik dreigde zelfmoord te plegen door pillen te slikken. Iemand van de crisisdienst kwam langs om te praten Even later kwam ook een psychiater langs. Dat was in overleg met de psycholoog. Mijn ouders moesten we met rust laten en ik moest beloven mijzelf niks aan te doen. Maar het was een val. Mijn ouders vonden gedichten van mij en kwamen dus aan mijn privé-dingen en dat was een stap te ver. Er stonden ook heftige dingen in mijn gedichten over waar ik tegen aan liep. Ik moest toen een non-suïcide contract tekenen. Maar dat wilde ik niet. Wat moet ik daar nou mee? Ik moest een briefje in mijn zak doen, maar dat wilde ik niet. Toen dreigden ze mij met opname. Ze maakten me bang. Dat ik met enge mensen te maken kreeg die heel ziek waren. Ze probeerden me bang te maken. Ik ondertekende alsnog het non-suïcide contract. Toen ik bijna 17 werd deed ik alsnog een aantal zelfmoordpogingen, maar gelukkig heb ik het niet gedaan.

Vlak daarna deed ik aan zelfbeschadigingen. Mijn psycholoog raakte toen in paniek. Ik moest onderzoeken doen maar daar kwam ik niks uit. Ik kreeg een psychiatrisch onderzoek. Maar zij schreef alles verkeerd op. Ze was een mevrouw van Duitse komaf en ze beheerste de Nederlandse taal niet goed. Daardoor klopte het onderzoek niet. De diagnose klopte gewoon niet! En het verslag klopte dus ook niet. Het hele beeld dat er van mij werd geschetst klopt simpelweg niet!

Ik kreeg deeltijd-behandeling in Limburg. Maar ze hadden me beter kunnen opnemen. Want dan was ik ook weg thuis. Daar ontstonden namelijk de problemen. Later kwam ik erachter dat mijn ouders wisten wat ik vertelde via de gezinstherapeut zonder dat ik daarvoor toestemming had gegeven. Daar kwam ik achter na een ruzie met mijn moeder. Toen was het vertrouwen beschadigd. Dat deed pijn, want de band met mijn moeder was altijd goed. Ik was ziek dus ik werd niet geloofd. Dat vond ik pijnlijk. Ik ben toch óók een persoon?

Inbewaringstelling (IBS)

Met de therapeuten kon ik goed vinden. Ik had er ook goeie individuele gesprekken mee. Maar in de groepsgesprekken vertelde ik niks, al deed ik wel mee. De psychiaters vond ik verschrikkelijk. Ze haalden vaak patiënten door elkaar en deden niets om ons echt te helpen. Stiekem huilde ik vaak op de wc zonder dat iemand het wist. Het ging echt niet meer. Mijn psychiater was tegen opname dus hij liet niemand opnemen, zelfs als mensen daardoor in gevaar kwamen. Hij was ook tegen medicatie. Alleen als mijn therapeut dat wilde kreeg ik een pilletje mee. Bijvoorbeeld een slaappil. Wel op eigen kosten. Ik wilde op een gegeven moment weg, maar de therapeuten waren daar op tegen. Dus vroegen ze of ik dan in het weekend opgenomen wilde worden. Maar ik was natuurlijk al bang gemaakt, dus dat wilde ik niet. Er werd alsnog een IBS aangevraagd. Mijn psychiater was er op tegen. Die vond dat ik al naar huis kon. De rechter vertrouwde het niet en gaf alsnog een IBS af.

Ik werkte overigens tegen de afspraken in aan school. Want dat wilde ik per se. De school zelf ging daar niet goed mee om. Ze vertelden de leerlingen over mijn depressie en toen werd ik gepest omdat ik volgens iedereen 'gek' zou zijn. Dat neem ik de school wel kwalijk.

Vervolgens kwam ik dus in Den Haag terecht. Daar had ik zelf voor gezorgd. Maar ik maakte ook iets traumatisch mee. Het was heel heftig en ik werd vervolgens overgeplaatst naar een gesloten instelling. Er was een uitgebreid aanbod van therapie. En je werkte met evaluatieformulieren. Je kreeg zelf de regie. Je werd zelf ook geëvalueerd. Maar dat je zelf inbreng had hielp mij wel. Je kreeg ook veel steun van lotgenoten. Ik voelde me niet meer alleen. Een klik hebben met je behandelaar is heel belangrijk voor herstel. Anders levert het niets op. Je hebt een band nodig om een veilig gevoel te hebben. Ik kreeg daar ook danstherapie, dat is individueel en een motorische therapie, zoals dat wordt genoemd.. Ik danste mijn hele leven al, dus kreeg ik deze individuele therapie. Helaas was het al te laat. Ik zat er al anderhalf jaar. En ik mocht niet langer blijven. Dat was vanuit de gemeente. Het werd al deeltijd met deels begeleid wonen. Ik moest eigenlijk te snel weer op eigen benen staan. Ik was gewend aan klinische opname. Ik ging toen eerst begeleid wonen. Maar toen hield het op.

Gesloten opname

Ik zou uiteindelijk mijn school en leven weer oppakken, maar door de slechte behandelingen was ik niet 'beter' . Ik nuanceerde mijn eigen probleem. Ik had in ieder geval meer zelfkennis en nieuwe inzichten. Maar mijn somberheid was niet weg. Ik heb geprobeerd zelf hulp te zoeken bij volwassen instellingen. Maar ik mocht dan geen behandelingen volgen want ik was in een crisis geraakt. Mijn beste vriendin die ook in behandeling was, liet me uiteindelijk vallen. Dat was lastig voor mij. Ineens viel een belangrijk persoon voor mij weg. Ik had eigenlijk niemand meer. Ik werd weer gesloten opgenomen.

Ik wilde uiteindelijk weer terug naar Limburg. Ik wilde dichterbij mijn oma wonen. Zij was de belangrijkste persoon in mijn leven. Dan kon ze langs komen. Ik kwam in een adolescenten afdeling van 16 tot 24 jaar terecht. Er waren veel verschillende ruimtes waarin je kon koken, sporten etc. Ook mijn zusje en moeder konden me opzoeken. Maar de behandeling viel tegen. Ik kreeg straffen en toen wilde ik niet meer. Ik werd teruggeplaatst naar Den haag in een gesloten behandelafdeling. Maar dat wilde ik absoluut niet. Toch moest ik erheen en daar kwam ik een therapeut tegen met wie ik geen klik had. Toch gaf ze me niet op. Dat heeft me erg geholpen. Ik mocht ook zelf aangeven wat ik wilde. "Zorg op maat" zeg maar. Ik heb vervolgens vrijwilligerswerk gedaan op een naschoolse opvang. Ik ben gek op kinderen en kon me weer focussen op andere dingen. Na anderhalf jaar mocht ik naar de high care. Met veel meer comfort zoals een Playstation en massagestoelen.  Uiteindelijk kwam ik alsnog in een volwassen instelling terecht. Dat verschil was ontzettend groot. Alles was heel slecht geregeld. Ik moest  6 maanden wachten op behandeling omdat ze niet wisten hoe ze mijn probleem moesten aanpakken.

De kwaliteit van therapeuten en psychiaters verschilt nogal. Die moet vaker worden gecontroleerd. De overgang tussen zorg voor jongeren en volwassenen is ook veel te groot. Bij volwassen psychiatrie zijn de begeleiders veel ouder en dan is het moeilijk om een klik te vinden.

Chronische depressie

Inmiddels is vastgesteld dat ik chronisch depressief ben. Geen enkele vorm van therapie, ook elektroshocktherapie heeft helaas niet geholpen. Ik ben uiteindelijk ervaringsdeskundigentraining gaan volgen. Ik wist inmiddels dat ik chronisch depressief ben, maar ik weet nu wel hoe ermee om te gaan. Ik heb mijn certificaat gehaald en nu ben ik ervaringsdeskundige op vrijwillige basis.

Ik begeleid ook jongeren die in soortgelijke situaties zitten. Zoals jongeren die het doodeng vinden die ineens begeleid moeten gaan wonen. Ik geef adviezen aan instellingen. Zo probeer ik een verschil te maken voor jongeren die extra hulp nodig hebben. Dat heb ik gemist als jongere. Want ervaringsdeskundigen waren er alleen voor volwassenen. Ik doe daarnaast ook oppaswerk.

Andere jongeren helpen

Al weet ik dat het allemaal voor mij niet meer gaat veranderen, ik probeer er een positieve draai aan te geven. Mede dankzij mijn werk als ervaringsdeskundige en dankzij mijn opgebouwde netwerk kan ik nu weer de draad oppakken en een gelukkig leven leiden ondanks de depressie. En hopelijk kan ik anderen helpen, want ik wil niet dat iedereen moet doormaken wat ik heb meegemaakt. Zo werk ik nu mee aan filmpjes, onder andere voor de gemeente Den Haag. Die filmpjes plaatsen we op YouTube en daarin delen we onze ervaringen. Ook andere gemeenten delen onze filmpjes en dat doet me goed. Ik kan nu eindelijk het verschil maken.

 


 "Gemeenten moeten een plan maken mét de jongere"

Ervaringsdeskundige Ankie (25) aan het woord

Mijn verhaal heeft twee kanten: lichamelijk en psychisch. In mijn verhaal voor Aanpak 16-27 focus ik mij op de psychische problemen.

ADHD

Op mijn 5e werd bij mij ADHD vastgesteld. Ik kreeg daarvoor pillen en eigenlijk geen 'echte' behandelingen. Ik voelde me er niet beter door, maar iedereen vond het fijn dat ik door de medicatie zo rustig was.

Door de problemen waarmee ik te maken had, ging het op school ook niet goed. Op de lagere school had ik vaak ruzie met leraren. Soms lag dat aan mij, maar soms ook aan hen. Zo liet een lerares op de basisschool mij in een ander lokaal zitten. Ik vond dat gek, maar ik dacht dat het wel zo hoorde. Tegelijkertijd vertelde zij in het andere lokaal aan al mijn klasgenootjes dat ik ADHD had. Dit was geheel tegen de afspraken in. Het gevolg was dat iedereen daarna naar mij toe kwam om te vragen wat ik precies heb. Ik werd sindsdien gezien als 'anders'. Er was iets mis met mij. Hierdoor raakte ik gefrustreerd en werd ik sneller en vaker boos. Daar werd ik vervolgens weer voor gestraft. Maar er werd verder niet over gepraat. Niemand vroeg mij waarom ik mij zo gedroeg. Maar ik voelde me beschadigd en werd niet gesteund door mijn leraren.

Seksueel misbruik

Mijn resultaten bleven ook achter en uiteindelijk deed ik het jaar over met een andere leraar. Dat ging een stuk beter. Rond mijn 9e werd ik naar een speciale school gestuurd. Tegelijkertijd begonnen de problemen met mijn broer en mijn vader. Zo werd ik steeds vaker seksueel misbruikt door mijn broer. Dat heeft een aantal jaren geduurd en het heeft mijn leven wel verziekt. Nog altijd ga ik vechtend tegen de fysieke en emotionele gevolgen door het leven. Tegelijkertijd werd ik mishandeld door mijn vader. Dat hielp niet bepaald mee natuurlijk in mijn ontwikkeling als jong meisje.

In groep 7 werd ik dusdanig onhandelbaar dat ik onuitstaanbaar gedrag begon te vertonen. Toen vertelde ik het hele verhaal mijn lerares. Die wilde direct een afspraak maken  met mijn ouders. Maar het is er nooit van gekomen. Waarom? Uiteindelijk maakte ik zelf een einde aan het misbruik door mijzelf te verdedigen met twee keukenmessen. Gelukkig heb ik mijn broer niet verwond, maar hij is er dusdanig van geschrokken dat hij me nooit meer heeft aangeraakt. Ik vertelde het vervolgens aan mijn ouders Zij grepen echter niet in. Het werd in de doofpot gestopt.

In de eerste klas van de middelbare school wilde ik van de vierde verdieping van het schoolgebouw springen. Gelukkig deed ik het niet. Mijn mentor en de directrice van de school boden hulp aan. Ik vertrouwde hen allebei zo ben ik bij Altrecht gekomen en heb me laten opnemen in het UMC voor 3 maanden.  Daar kwam ik erachter dat mensen ook aardig tegen mij kunnen zijn. Ik wilde zelfs blijven. Maar dat kon natuurlijk niet. Helaas. Ik vertelde tijdens mijn verblijf daar over het misbruik. Een hulpverlener van Altrecht die mij begeleide, vroeg mij waarom ik het nooit eerder heb verteld. Waarom zou ik? Ik wist niet beter. We hielden het stil thuis, dus ik ook. Ik was het 'normaal' gaan vinden en daarom sprak ik er niet meer over. Met niemand.

In behandeling

Ik heb een jaartje DGT (Dialectische gedragstherapie red.) gehad en dat werkte. Twee keer per week therapie, waarvan één keer in de week in groepsverband. Dat ging goed. EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing red.) werkte een stuk minder voor mij. Ik eindigde op het dak van Altrecht. Helemaal de weg kwijt. De behandeling bij Altrecht hield vervolgens op. Ze stopten de behandeling omdat het steeds maar over koetjes en kalfjes ging. Ik had er niet veel aan. Stel dan goeie vragen. Maar dat deden ze niet. Toen stopten ze dus de behandeling en werd ik vogelvrij verklaard. En toen werd ik 18… Ik ging ineens van 24 uur zorg naar 0-zorg.

Mijn moeder steunde me overigens wel. Helaas door een hersenbloeding kon ze niets meer voor me doen. Dus ging ik naar een woongroep. Ik wilde mijn eigen ding doen. De leiding erkende mijn lichamelijke klachten ook niet. Dus dat ik mijn kamer niet opruimde was een probleem. Ik kreeg dan straf. Toen ik op mezelf ging wonen woonde ik toen op mijn 18e ineens tussen Polen in een hok van 8 vierkante meter. Omdat ik niet in die woongroep kon blijven, moest ik uiteindelijk binnen een maand weg, maar ze hadden geen vervolgplan voor me.

Nep mama en papa

Gelukkig waren er  twee personen die mij hebben gesteund en mij door die nare periode hebben gesleept. En dat doet ze eigenlijk nog steeds. Cassandra, mijn 'nep mama', en taxichauffeur Eddie, mijn 'nep papa', namen de zorg voor mij voor hun rekening. Dat heeft mij gered. Zij leerde me alles, zoals wonen in een eigen huis. Ze leerden mij zelfstandig worden, door mij de financiële zaken uit te leggen, voor mezelf te koken enzovoort. Eddie leerde me ook te praten over mijn problemen en mij open te stellen. Dankzij hem heb ik heel veel angsten overwonnen. Cassandra was wat pragmatischer. Zij herkende zichzelf waarschijnlijk teveel in mij.

Zonder hen weet ik niet waar ik nu zou staan. Ik heb na de 24-uurs zorg nooit meer iets vernomen van iemand die mij behandelde. Wel heb ik met een vroegere mentor die toen al was vetrokken, nog contact via social media. Maar van nazorg was geen sprake. Ik moest mijzelf maar zien te redden. Gelukkig had ik Cassandra en Eddie..

Ik kon mijn draai niet vinden in de maatschappij en kreeg een WAJONG maar ik kon niet goed overweg met mijn werkgevers. Voor het verkrijgen van een Wajong werd ik ook lichamelijk onderzocht door een man. Dat was verschrikkelijk. Ik had natuurlijk moeten vertellen over mijn verleden, maar ze hadden er toch ook naar kunnen vragen? Er zelf over beginnen is nou eenmaal heel erg moeilijk om te doen. Ik ben nu 25, ik heb nu een vriend en woon samen in Gouda. Pas sinds een jaar heb ik verteld dat ik werd mishandeld.

Huidige stand van zaken

Nu ben ik in de ziektewet. Ik doe nu vrijwilligerswerk als ervaringskundige. UWV wil mij aan een betaalde baan hebben. Ik moet aan lichamelijk onderzoek meedoen, maar door mijn verleden heb ik daar veel moeite mee. Ik zie daar tegenop. Ik heb het in november weer, ik moet wel als ik mijn uitkering wil behouden.

Het gaat nu wel goed met mij gelukkig. Al ben ik nog in behandeling bij een psycholoog. Voor de fysieke ongemakken waarmee ik kamp, ben ik in behandeling bij een psychiater en  PMT (psychomotorische therapie red.).  Helaas is er ook sprake van PTSS (posttraumatische stressstoornis red.). Twee jaar geleden overleed namelijk mijn opa. Daar was ik heel close mee. Ik kon hem vertrouwen. Zijn wegvallen was een klap.

Het zal altijd gaan met pieken en dalen. Daar heb ik vrede mee. En dat heeft iedereen. Op dit moment gaat het goed en voel ik mij goed. Ik geef dan ook niet op!

Adviezen voor gemeenten, professionals en/of lotgenoten

Ik had het geluk van een netwerk. Bouw dat dan ook op. Breng je netwerk in kaart om op terug te vallen. Regel ook de nazorg, desnoods een soort noodnummer voor als het toch mis gaat met je.
Gemeenten moeten echt een plan maken met een jongere, onder het mom van: ik werk niet vóór jou maar sámen mét jou.

 


 "Ik ken de valkuilen"foto Demi nji bwrktzonderrand

Ervaringsdeskundige Demi (19) aan het woord

Demi is 19 jaar jong en het gaat goed met haar. Nu wel. Dankzij GGnet in Apeldoorn en een verpleegkundige door wie ze zich begrepen voelde, wist ze uit een diep dal te komen. Ze kan weer met een glimlach naar de toekomst kijken en wil binnenkort beginnen aan een opleiding. Uiteindelijk wil ze in de zorg gaan werken, zodat ze vanuit haar eigen ervaring een positieve bijdrage kan leveren aan kwalitatief goede zorg en anderen diezelfde kansen kan bieden die zij zelf heeft gekregen. In een openhartig interview vertelt zij haar indrukwekkende verhaal.

Vechtscheiding

"Toen ik 9 jaar oud was, lagen mijn ouders in een vechtscheiding. Er was geen tijd en ruimte voor emoties dus die stopte ik weg. Het ging thuis niet goed door de vechtscheiding. Een jaar later kwam ik erachter dat mijn vader een alcoholprobleem had. Zelf kreeg ik een steeds negatiever zelfbeeld en ik kon mijn gevoelens niet goed meer uiten.

Het gevolg was dat ik in een depressie terechtkwam die, toen ik klaar was met de middelbare school, uitgroeide tot een zware depressie met suïcidaliteit. Ik vertelde aan niemand wat er met me aan de hand was. Ik wist het zelf ook niet echt. Mijn moeder begreep niet wat er mis was en hierdoor kregen we veel ruzie. Mijn moeder sleepte me mee naar de huisarts om het hierover te hebben. Ik vertelde de huisarts dat er niks aan de hand was en dat ik geen hulp wilde. De huisarts ging hiermee akkoord. Mijn moeder heeft toen zelf een psycholoog voor mij geregeld. Ik ging hier wel heen, maar ook hier vertelde ik eigenlijk niks. Ik zakte steeds verder weg. Uiteindelijk trok mijn moeder het niet meer en heeft me uit huis gezet. Ik was ten einde raad en deed een suïcide poging. Ik kwam in het ziekenhuis terecht. Er is een psychiater bij gehaald en die heeft besloten dat ik opgenomen moest worden. 

Dwangopname

Ik werd opgenomen in een kliniek van GGnet. Hier ging ik steeds meer achteruit en werd met spoed gedwongen opgenomen. Na meer dan een jaar werd ik overgeplaatst naar een nabij gelegen zorginstelling van Jeugdzorg. Hier heb ik een half jaar gezeten tot ik 18 jaar werd. Het had allemaal niet geholpen. De strenge aanpak werkte niet voor mij. Ik voelde me vooral onbegrepen. De hulpverleners wisten niet goed hoe ze met mijn situatie om moesten gaan. Hierdoor werd ik op de verkeerde manier benaderd. Zodanig dat mijn gemoedstoestand verergerde. Ik kon bij niemand terecht en belandde daardoor al gauw weer in een crisis.

Wel ben ik beschermd gaan wonen. Ik ben vanaf dit moment meerdere malen in een zware crisis geraakt waarbij ik het leven niet meer zag zitten. Ik heb dus ook weer een aantal crisisopnames gehad. Dit was in de kliniek, waar ik al eerder had gezeten. Uiteindelijk ben ik in behandeling gegaan bij GGnet in Apeldoorn en hier heb ik de hulp weten te accepteren en ben ik mijn leven weer op gaan bouwen. Dankzij de goede ondersteuning en een verpleegkundige van de kliniek die mij begreep klom ik langzaam weer omhoog. Er was veel aandacht voor mij en er werd rekening gehouden met mijn karakter en mijn voorkeuren. Dat heeft enorm geholpen.

Het gaat nu een stuk beter met me. Ik krijg een deeltijdbehandeling en heb al veel geleerd. Zo heb ik geleerd dat mijn emoties er mogen zijn en hoe ik hier goed mee om kan gaan. Natuurlijk voel ik me soms nog slecht of somber, maar ik weet wat ik dan moet doen om dat gevoel weer te laten verdwijnen. Ik heb weer een goed sociaal netwerk opgebouwd. Dit was door de voorgaande jaren helemaal uit elkaar gevallen. Ook heb ik de band met mijn moeder goed weten te herstellen. Ik woon op het moment nog begeleid. Alleen heb ik nauwelijks meer begeleiding nodig, dus we zijn aan het kijken voor een nieuwe woning.

Ervaringskennis delen

Ik heb een passie voor de zorg gekregen. Daarom ben ik ervaringsdeskundige geworden en wil zo graag een aandeel leveren in de verbetering van de zorg. Ik hoop daarom snel te kunnen starten met een passende opleiding.

Ik denk dat ik dankzij mijn achtergrond hulp kan bieden aan jongeren, ik weet wat de valkuilen zijn. Zo vond ik het lastig om ineens met heel veel instanties te maken te krijgen. Ik had het gevoel dat ik van het kastje naar de muur werd gestuurd. Ik kreeg daarbij wel begeleiding, maar eigenlijk was dat veel te laat, namelijk pas een week voordat ik 18 werd. Ik wist op dat moment dan ook niet waar ik zou gaan wonen. Dat leverde wel wat spanning op. Ik had graag gewild dat de hulp al eerder was gekomen, zodat ik er ook mentaal op voorbereid kon zijn.

Als ervaringsdeskundige deel ik nu deze kennis met gemeenten en professionals. Maar ik hoop ook zelf als professional direct invloed te hebben op het welzijn van jongeren. Ik kijk daar echt naar uit." 

 


10 standaarden zorgverlaters

Tijdens een internationaal jongerencongres in 2016 formuleerden 60 ervaringsdeskundige jongeren wat belangrijke standaarden zijn voor zorgverlaters van de jeugdhulp. In een kort filmpje lichten zij de tien standaarden toe en wat dat betekent voor de hulpverlening in Nederland.
 

 


Disclaimer

Toestemming tot het gebruik van de getoonde content of delen daarvan dient per email aan ons te worden verzocht.