'Gemeenten moeten een plan maken mét de jongere'

Ervaringsdeskundige Ankie (25) aan het woord

Door: Avinash Mahabali

Mijn verhaal heeft twee kanten: lichamelijk en psychisch. In mijn verhaal voor Aanpak 16-27 focus ik mij op de psychische problemen.

ADHD

Op mijn 5e werd bij mij ADHD vastgesteld. Ik kreeg daarvoor pillen en eigenlijk geen 'echte' behandelingen. Ik voelde me er niet beter door, maar iedereen vond het fijn dat ik door de medicatie zo rustig was.

Door de problemen waarmee ik te maken had, ging het op school ook niet goed. Op de lagere school had ik vaak ruzie met leraren. Soms lag dat aan mij, maar soms ook aan hen. Zo liet een lerares op de basisschool mij in een ander lokaal zitten. Ik vond dat gek, maar ik dacht dat het wel zo hoorde. Tegelijkertijd vertelde zij in het andere lokaal aan al mijn klasgenootjes dat ik ADHD had. Dit was geheel tegen de afspraken in. Het gevolg was dat iedereen daarna naar mij toe kwam om te vragen wat ik precies heb. Ik werd sindsdien gezien als 'anders'. Er was iets mis met mij. Hierdoor raakte ik gefrustreerd en werd ik sneller en vaker boos. Daar werd ik vervolgens weer voor gestraft. Maar er werd verder niet over gepraat. Niemand vroeg mij waarom ik mij zo gedroeg. Maar ik voelde me beschadigd en werd niet gesteund door mijn leraren.

Seksueel misbruik

Mijn resultaten bleven ook achter en uiteindelijk deed ik het jaar over met een andere leraar. Dat ging een stuk beter. Rond mijn 9e werd ik naar een speciale school gestuurd. Tegelijkertijd begonnen de problemen met mijn broer en mijn vader. Zo werd ik steeds vaker seksueel misbruikt door mijn broer. Dat heeft een aantal jaren geduurd en het heeft mijn leven wel verziekt. Nog altijd ga ik vechtend tegen de fysieke en emotionele gevolgen door het leven. Tegelijkertijd werd ik mishandeld door mijn vader. Dat hielp niet bepaald mee natuurlijk in mijn ontwikkeling als jong meisje.

In groep 7 werd ik dusdanig onhandelbaar dat ik onuitstaanbaar gedrag begon te vertonen. Toen vertelde ik het hele verhaal mijn lerares. Die wilde direct een afspraak maken  met mijn ouders. Maar het is er nooit van gekomen. Waarom? Uiteindelijk maakte ik zelf een einde aan het misbruik door mijzelf te verdedigen met twee keukenmessen. Gelukkig heb ik mijn broer niet verwond, maar hij is er dusdanig van geschrokken dat hij me nooit meer heeft aangeraakt. Ik vertelde het vervolgens aan mijn ouders Zij grepen echter niet in. Het werd in de doofpot gestopt.

In de eerste klas van de middelbare school wilde ik van de vierde verdieping van het schoolgebouw springen. Gelukkig deed ik het niet. Mijn mentor en de directrice van de school boden hulp aan. Ik vertrouwde hen allebei zo ben ik bij Altrecht gekomen en heb me laten opnemen in het UMC voor 3 maanden.  Daar kwam ik erachter dat mensen ook aardig tegen mij kunnen zijn. Ik wilde zelfs blijven. Maar dat kon natuurlijk niet. Helaas. Ik vertelde tijdens mijn verblijf daar over het misbruik. Een hulpverlener van Altrecht die mij begeleide, vroeg mij waarom ik het nooit eerder heb verteld. Waarom zou ik? Ik wist niet beter. We hielden het stil thuis, dus ik ook. Ik was het 'normaal' gaan vinden en daarom sprak ik er niet meer over. Met niemand.

In behandeling

Ik heb een jaartje DGT (Dialectische gedragstherapie red.) gehad en dat werkte. Twee keer per week therapie, waarvan één keer in de week in groepsverband. Dat ging goed. EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing red.) werkte een stuk minder voor mij. Ik eindigde op het dak van Altrecht. Helemaal de weg kwijt. De behandeling bij Altrecht hield vervolgens op. Ze stopten de behandeling omdat het steeds maar over koetjes en kalfjes ging. Ik had er niet veel aan. Stel dan goeie vragen. Maar dat deden ze niet. Toen stopten ze dus de behandeling en werd ik vogelvrij verklaard. En toen werd ik 18… Ik ging ineens van 24 uur zorg naar 0-zorg.

Mijn moeder steunde me overigens wel. Helaas door een hersenbloeding kon ze niets meer voor me doen. Dus ging ik naar een woongroep. Ik wilde mijn eigen ding doen. De leiding erkende mijn lichamelijke klachten ook niet. Dus dat ik mijn kamer niet opruimde was een probleem. Ik kreeg dan straf. Toen ik op mezelf ging wonen woonde ik toen op mijn 18e ineens tussen Polen in een hok van 8 vierkante meter. Omdat ik niet in die woongroep kon blijven, moest ik uiteindelijk binnen een maand weg, maar ze hadden geen vervolgplan voor me.

Nep mama en papa

Gelukkig waren er  twee personen die mij hebben gesteund en mij door die nare periode hebben gesleept. En dat doet ze eigenlijk nog steeds. Cassandra, mijn 'nep mama', en taxichauffeur Eddie, mijn 'nep papa', namen de zorg voor mij voor hun rekening. Dat heeft mij gered. Zij leerde me alles, zoals wonen in een eigen huis. Ze leerden mij zelfstandig worden, door mij de financiële zaken uit te leggen, voor mezelf te koken enzovoort. Eddie leerde me ook te praten over mijn problemen en mij open te stellen. Dankzij hem heb ik heel veel angsten overwonnen. Cassandra was wat pragmatischer. Zij herkende zichzelf waarschijnlijk teveel in mij.

Zonder hen weet ik niet waar ik nu zou staan. Ik heb na de 24-uurs zorg nooit meer iets vernomen van iemand die mij behandelde. Wel heb ik met een vroegere mentor die toen al was vetrokken, nog contact via social media. Maar van nazorg was geen sprake. Ik moest mijzelf maar zien te redden. Gelukkig had ik Cassandra en Eddie..

Ik kon mijn draai niet vinden in de maatschappij en kreeg een WAJONG maar ik kon niet goed overweg met mijn werkgevers. Voor het verkrijgen van een Wajong werd ik ook lichamelijk onderzocht door een man. Dat was verschrikkelijk. Ik had natuurlijk moeten vertellen over mijn verleden, maar ze hadden er toch ook naar kunnen vragen? Er zelf over beginnen is nou eenmaal heel erg moeilijk om te doen. Ik ben nu 25, ik heb nu een vriend en woon samen in Gouda. Pas sinds een jaar heb ik verteld dat ik werd mishandeld.

Huidige stand van zaken

Nu ben ik in de ziektewet. Ik doe nu vrijwilligerswerk als ervaringskundige. UWV wil mij aan een betaalde baan hebben. Ik moet aan lichamelijk onderzoek meedoen, maar door mijn verleden heb ik daar veel moeite mee. Ik zie daar tegenop. Ik heb het in november weer, ik moet wel als ik mijn uitkering wil behouden.

Het gaat nu wel goed met mij gelukkig. Al ben ik nog in behandeling bij een psycholoog. Voor de fysieke ongemakken waarmee ik kamp, ben ik in behandeling bij een psychiater en  PMT (psychomotorische therapie red.).  Helaas is er ook sprake van PTSS (posttraumatische stressstoornis red.). Twee jaar geleden overleed namelijk mijn opa. Daar was ik heel close mee. Ik kon hem vertrouwen. Zijn wegvallen was een klap.

Het zal altijd gaan met pieken en dalen. Daar heb ik vrede mee. En dat heeft iedereen. Op dit moment gaat het goed en voel ik mij goed. Ik geef dan ook niet op!

Adviezen voor gemeenten, professionals en/of lotgenoten

Ik had het geluk van een netwerk. Bouw dat dan ook op. Breng je netwerk in kaart om op terug te vallen. Regel ook de nazorg, desnoods een soort noodnummer voor als het toch mis gaat met je. Gemeenten moeten echt een plan maken met een jongere, onder het mom van: ik werk niet vóór jou maar sámen mét jou.

Disclaimer

Toestemming tot het gebruik van de getoonde content of delen daarvan dient per email aan ons te worden verzocht.