Wajong staat voor de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, voor 2015 de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong).

De Wajonguitkering is er voor mensen die arbeidsbeperkt zijn door een ziekte of beperking. Sinds 2015 komen hiervoor alleen nog mensen in aanmerking die geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Voor dat jaar waren er verschillende regelingen waardoor er op dit moment drie Wajong-regelingen in omloop zijn: de huidige Wajong2015, de Wajong2010 en de regeling van voor 2010, de oude Wajong of oWajong.

Aantallen

In Nederland zijn 70.210 jongeren onder de 27 jaar met een Wajong-uitkering (peiljaar 2017). Dat is ruwweg 4 procent van de beroepsbevolking in de leeftijd 15-25 jaar. Voor deze cijfers is het aantal Wajongers op 1 januari 2017 afgezet tegen de beroepsbevolking met dezelfde leeftijd. In totaal zijn er 246.600 mensen met een Wajong-uitkering in Nederland.
Bron: NJi-databank: Cijfers per voorziening: Wajong-uitkering

De verschillende Wajong-regelingen zorgen ervoor dat de uitkeringen in hoogte verschillen. Onder de oude Wajong ontvangt iemand die arbeidsvermogen heeft een Wajong-uitkering van maximaal 70 procent van het minimum(jeugd)loon. Als er geen sprake is van arbeidsvermogen dan ontvangt iemand een Wajong-uitkering van 75 procent van het minimum(jeugd)loon.

Voor de Wajong 2010 geldt hetzelfde, maar daar is de regel dat 70 procent van het minimum(jeugd)loon ook wordt toegekend als iemand arbeidsvermogen kan ontwikkelen. Daarnaast ontvangen mensen die studeren of een opleiding volgen een Wajong-uitkering van 25 procent van het minimum(jeugd)loon.

Wie de Wajong 2015 heeft, krijgt een uitkering van 75 procent van het minimum(jeugd)loon. Er is geen uitkering bij studie en de Wajong 2015 is alleen toegankelijk voor mensen die duurzaam niet in staat zijn om te werken door een handicap of beperking.

Het minimum (jeugd)loon is vastgesteld op € 1.594,20 euro per maand voor personen van 22 jaar en ouder.

De plannen van de staatsecretaris

De staatssecretaris wil de regelingen meer met elkaar in lijn brengen. Zij stelt dat veel Wajongers graag willen werken of leren. Dat wil ze mogelijk maken door financiële drempels weg te nemen en het voor Wajongers aantrekkelijker maken te werken of te studeren. De vele verschillende regels voor inkomensondersteuning in de oude Wajong en Wajong2010 worden sterk vereenvoudigd en in lijn met elkaar gebracht. Daarbij wordt rekening gehouden met de huidige inkomenspositie van werkende Wajongers.

Wajongers zouden niet langer in moeten leveren op hun uitkering, als ze naar school gaan of studeren en moeten erop vooruit gaan, als ze (meer) gaan werken of studeren, vindt de staatsecretaris. Als Wajongers hun werk verliezen, moeten zij langer terug kunnen vallen op de Wajonguitkering. Ook vindt de staatsecretaris het van belang dat: 

  • Wajongers goede ondersteuning krijgen bij het vinden van werk;
  • Wajongers hun volledige uitkering houden als ze gaan studeren;
  • ernstig meervoudig beperkte leerlingen die onderwijs volgen, aanspraak kunnen maken op een Wajong2015 uitkering.

Benadeling?

Volgens de FNV gloort er op termijn hoop voor Wajongers die nu werken onder het wettelijk minimumloon. Zij vallen namelijk na 7 jaar werken onder de zogeheten voortgezette regeling. Deze regeling zorgt ervoor dat werkende Wajongers hun loon aangevuld krijgen tot het wettelijk minimumniveau. Uit de brief van de staatssecretaris aan de Kamer blijkt echter dat zij de voortgezette regeling wil schrappen.

De staatsecretaris informeerde de Kamer in de Kamerbrief Kabinetsreactie beleidsdoorlichting Wajong.


Voortgezette werkregeling en Bremanregeling

Voor de Wajong 2010 geldt dat iemand die 27 jaar of ouder is en 7 jaar of langer hulp heeft bij het vinden en houden van werk, valt onder de ‘voortgezette werkregeling’ van Wajong 2010. Dan geldt onder andere dat de uitkering wordt aangevuld tot het minimumloon, als iemand 20 procent of meer van het wettelijk minimumloon verdient, ongeacht het aantal uren dat een Wajonger werkt. Als iemand ook nog onder de Bremanregeling valt, dan wordt de uitkering afhankelijk van het aantal gewerkte uren aangevuld tot maximaal 120 procent van het minimumloon. Dit laatste geldt ook voor Wajongers onder de oude Wajong. Bron: art 2:42 Wajong en art 4 Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomen

De Bremanregeling is in het leven geroepen omdat Wajongers die vanuit de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) gedetacheerd waren bij een reguliere werkgever het Wsw cao-loon ontvingen, terwijl Wajongers die bij dezelfde werkgever met loondispensatie aan het werk waren alleen hun loon plus loonaanvulling vanuit de Wajong kregen. Hun totale inkomen lag daardoor over het algemeen lager. Met de Bremanregeling wordt dit verschil weggenomen. (bron: UWV / rapport beleidsdoorlichting Wajong p. 34/35)

Wajong schema