Begeleiding bij de overstap naar de arbeidsmarkt van start

22-08-2019

De deelnemende pilotregio's aan de pilot Motie Kwint/Özdil starten dit schooljaar met de begeleiding van jongeren bij de overstap van een entreeopleiding of mbo niveau 2 naar de arbeidsmarkt. 'In de fase hiervoor is veel effort gestoken in het vormgeven van de begeleiding en samenwerking. Hoe gaan we het aanpakken, hoe gaan we samenwerken en wie hebben we daarbij nodig? Dat waren vragen die de pilotregio's gingen verkennen', zegt Ans Machielse, projectleider bij Ingrado.

Ingrado ondersteunt de pilotregio’s en organiseert een lerende aanpak in de vorm van leercirkels. 'We adviseren bij het formuleren van de doelstelling, maar we vertellen de regio's niet wat ze moeten doen. Het experiment is van de pilotregio, zij zijn eigenaar en bepalen zelf hun doelstelling. Gedurende de opstartfase waren de pilotregio's voornamelijk bezig met het inrichten van de samenwerking en begeleiding. Er waren geen richtlijnen, het was gewoon experimenteren.'

In gesprek met de jongeren

Iedere regio doet het op zijn eigen manier. De pilotregio waarbij mbo Rijnland betrokken is, nodigde leerlingen uit om deel te nemen aan een Creathon en creatieve oplossingen te bedenken voor het inzichtelijk maken van hun persoonlijke begeleidingsbehoefte. 'Dit ging op een speelse manier. Er werden raps en filmpjes gemaakt. Maar de centrale vraag daarbij was: wie heb jij op welk moment in je leven nodig en waarom dan die persoon? Je probeert op een creatieve manier wat bij de jongeren op te halen.'

Leren van elkaar

Tijdens de leercirkels komen de pilotregio's bij elkaar om hun ervaringen te delen en van elkaar te leren. In oktober vindt de vierde leercirkel van dit jaar plaats. 'Tijdens de leercirkels staat het lerend verkennen met elkaar centraal. De doelen die zijn opgesteld zijn vertaald in de resultaten die behaald moeten worden. Tijdens de leercirkels verkennen we samen hoe ver het staat en wat de regio's hebben gezien en geleerd. Vaak is er ook een workshop om op een andere manier te gaan denken of met elkaar in gesprek te gaan. In april hebben we bijvoorbeeld gekozen voor de werkvorm open spaces, zodat je zelf kunt kiezen over welke thema's je wilt meepraten. Eén van de thema's was gegevensuitwisseling. Iedereen is welkom bij de leercirkels, ook regio's die niet meedoen aan de pilot. Dit leidt tot mooie gesprekken waarin je met elkaar lerend gaat verkennen en waar ruimte is voor kritische vragen.'

Extra kwetsbaar

'Er zijn ook jongeren die hoog opgeleid zijn en ook hartstikke kwetsbaar zijn. Dat je een Havo diploma hebt, wil niet zeggen dat je niet kwetsbaar bent. Maar entree jongeren en niveau 2 jongeren zijn soms, veelal in combinatie met andere problemen, extra kwetsbaar. Maar de vraag is ook: wat is kwetsbaar? En wat is nodig om die kwetsbaarheid weg te nemen en hoe lang heeft de jongere dan bijvoorbeeld begeleiding nodig? Met deze pilot hopen we daar meer inzicht in te krijgen.'

Over de pilot Motie Kwint/Özdil

De pilot is van start gegaan in september 2018 en heeft een looptijd van twee jaar. Het gewenste resultaat van de pilot is invulling kunnen geven aan de vraag die voorligt vanuit de motie Kwint/Özidil: wat hebben minder zelfredzame mbo studenten nodig om een goede overstap van onderwijs naar werk te kunnen maken en wie zijn daarbij betrokken? Gedurende de pilot wordt een groep jongeren, na het behalen van een entreeopleiding of mbo niveau, twee jaar begeleid bij hun start op de arbeidsmarkt. De kennis die de pilotregio's opdoen worden gedeeld met andere regio's ter inspiratie voor hun eigen aanpak. De regio's maken een concreet plan aanpak waarin ze beschrijven hoe zij vorm geven aan de pilot, er zijn leercirkels om van elkaar te leren en de pilotregio's experimenteren allen met een vernieuwende aanpak. Daarnaast is er aandacht voor het versterken van bestaande samenwerkingen en het realiseren van nieuwe samenwerkingen.

Parallel aan de pilot verricht KBA Nijmegen, in opdracht van OCW en NRO, onderzoek naar de knelpunten en oplossingen die de pilotregio's ervaren. Het onderzoek moet uiteindelijk een integraal beeld opleveren, waaruit de diversiteit tussen de regio’s blijkt en wat de (niet) werkbare elementen in een aanpak zijn.