Consequenties verhogen jeugdhulpplicht naar 21 jaar

13-03-2018
Zorg

Er is veel aandacht voor verbetering van de zorgovergang van de Jeugdwet naar andere wettelijke kaders op de leeftijd van 18 jaar. Medio 2018 bracht de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) over dit onderwerp een advies uit. Naar aanleiding hiervan vroeg het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aan Andersson Elffers Felix (AEF, onderzoeksbureau voor maatschappelijke vraagstukken) de gevolgen van de genoemde maatregelen in kaart te brengen. Wat zijn op hoofdlijnen de bevindingen van het onderzoek van AEF en wat is de reactie van minister Hugo de Jonge hierop?

Mogelijke oplossingen

RVS wil dat zorg pas stopt als een jongvolwassene daaraan toe is en niet omdat hij of zij 18 of 21 jaar wordt. Daarom heeft de RVS verschillende oplossingen of combinaties van scenario’s voorgesteld. AEF heeft in haar onderzoek gekeken naar de effecten van deze voorstellen. Bieden zij een oplossing of verbetering voor de huidige problemen bij zorgovergangen voor jongvolwassenen?

Scenario 1 Het verhogen van de leeftijdsgrens voor het ontvangen van jeugdhulp van 18 naar 21 jaar

Het eerste scenario is het verhogen van de leeftijdsgrens voor het ontvangen van jeugdhulp van 18 naar 21 jaar. RVS ziet het verhogen van de bovengrens van de jeugdhulpplicht als eerste noodzakelijke stap richting een betere positie voor kwetsbare jongeren. In dit geval stopt de zorg en ondersteuning voor kwetsbare jongeren op het moment dat zij zelfstandig zijn en niet op basis van een leeftijdsgrens.

Scenario 2 Flexibele wetten en bekostiging

Dit scenario beschrijft een verhoging van de leeftijdsgrens voor jeugdhulp, maar ook dat er wordt gekeken of de jongere ook al voor zijn 18e in aanmerking komt voor hulp vanuit een van de ‘volwassen’ zorgwetten. Wanneer een jongere in het jeugdhulpstelsel zit of instroomt, wordt er tussen 16 en 21 jaar gekeken welke wettelijke kaders het beste passend zijn: Jeugdwet, Zvw of Wmo (en in mindere mate Wlz). En vervolgens of vanuit deze wet of wetten de relevante hulp wordt geboden. Dit kan dus ook betekenen dat een jongere vanaf 16 jaar al hulp krijgt uit andere wettelijke kaders, bijvoorbeeld de Zvw. Binnen dit scenario wordt ook gewerkt met overgangsbudgetten, waarin de financiën van de verschillende wettelijke kaders gebundeld worden.

Effecten algehele ophoging leeftijdsgrens (scenario 1)?

Het onderzoek concludeert dat een aantal algemene en specifieke knelpunten bij zorgovergangen worden verzacht door een algehele ophoging van de leeftijdsgrens van jeugdhulp van 18 naar 21 jaar. Het moment van overgang voor jongeren die voor hun 18e jeugdzorg ontvangen, wordt verschoven naar een moment waarop jongeren beter in staat zijn om met het knelpunt om te gaan of met minder knelpunten te maken hebben. Dit geldt voor de volgende knelpunten:

  • Jongeren en hun ouders worden niet goed voorbereid op de overgang naar 18 jaar
  • Een overgang betekent een beslismoment en risico op uitval
  • Onbekendheid met verlengde jeugdhulp
  • Te beperkte inzet van verlengde jeugdhulp
  • Inzet Wmo is te licht en te weinig ontwikkelingsgericht
  • Te weinig mogelijkheden voor combinatie wonen en zorg in de Wmo
  • Eigen risico Zvw

AEF heeft ook gekeken naar de juridische, financiële en organisatorische consequenties van dit scenario en concludeert dat deze fors zullen zijn. Wetswijzigingen zullen een doorlooptijd van twee jaar hebben. Financieel zijn er extra middelen nodig vanwege extra kosten (bijvoorbeeld intensievere begeleiding van jongeren dan onder de Wmo gebruikelijk is) en vanwege het wegvallen van inkomsten uit eigen risico en eigen bijdragen. Organisatorisch brengt dit scenario een nieuwe transitieopgave met zich mee.

Effecten flexibele wetten en bekostiging (scenario 2)?

Het onderzoek concludeert dat het tweede scenario een gedeeltelijke oplossing biedt voor meer knelpunten dan de algehele ophoging van de leeftijdsgrens voor jeugdhulp. De meeste knelpunten die verzacht worden door een algehele ophoging naar 21 jaar, worden ook verzacht bij toepassing van scenario 2. De knelpunten die binnen scenario 2 worden verzacht of opgelost zijn:

  • Jongeren en hun ouders worden niet goed voorbereid op de overgang naar 18 jaar
  • Jongeren moeten van hulpverlener wisselen
  • Jongeren en ouders weten niet waar zij terecht kunnen
  • Een overgang betekent een beslismoment en risico op uitval
  • Onbekendheid met verlengde jeugdhulp
  • Te beperkte inzet van verlengde jeugdhulp
  • Inzet Wmo is te licht en te weinig ontwikkelingsgericht
  • Te weinig mogelijkheden voor combinatie wonen en zorg in de Wmo
  • Aanbieders onvoldoende gecontracteerd door zorgverzekeraar
  • Eigen risico Zvw
  • Wachtlijsten ggz (behalve bij tijdig overdragen)

AEF geeft aan dat dit scenario juridisch en organisatorisch een grote opgave is. De gevolgen van het werken vanuit verschillende wettelijke kaders op grond van flexibele wetten en bekostiging zijn flink groter dan de consequenties van een algehele ophoging naar 21 jaar. Een langdurig juridisch traject is nodig om het huidige wettelijke stelsel aan te passen. Financieel zullen er verschuivingen plaatsvinden, maar AEF geeft aan dat het lastig is om nu uitspraken te doen over de kostenverdeling. AEF wijst op afwentelrisico’s als een toekomstige inhoudelijke verantwoordelijkheidsverdeling tussen wetten onduidelijk is, met de huidige discussie rondom de Wet langdurige zorg (Wlz) als voorbeeld.

Uitdaging bij alle maatregelen

Het onderzoek concludeert dat geen van de voorgestelde oplossingen en maatregelen binnen de scenario’s eenvoudig is uit te voeren. Daarnaast identificeert AEF in het onderzoek ook randvoorwaarden die in alle oplossingsrichtingen ingevuld zouden moeten worden:

  • Veel van de knelpunten worden veroorzaakt door een gebrek aan samenwerking en afstemming tussen verschillende partijen. Verbetering op dit punt vraagt dat verschillende spelers elkaar opzoeken en hun beleidskeuzes op elkaar afstemmen.
  • Als verwacht wordt dat partijen een grotere verantwoordelijkheid nemen voor deze jongeren en ervoor moeten zorgen dat ze meer en passende hulp krijgen, vraagt dat extra financiële middelen.
  • Het is van belang dat juist ook binnen de Zvw en Wmo meer aandacht komt voor het vraagstuk van jongeren die met 18 jaar instromen na hulp ontvangen te hebben uit de Jeugdwet.

Reactie minister: geen verhoging leeftijdsgrens voor jeugdhulp

In een brief aan de Tweede Kamer reageert minister Hugo de Jonge op het onderzoek van AEF. Hij stelt dat door een algehele verhoging van de leeftijdsgrens in de Jeugdwet weliswaar een aantal knelpunten zouden verzachten, maar dat het AEF-rapport ook laat ook zien dat knelpunten verschoven worden en nieuwe knelpunten zouden ontstaan. Dat flexibele wetten en bekostiging ook nieuwe ingewikkelde afbakeningsvraagstukken met zich meebrengen, met risico’s op afwentelingsgedrag waardoor het voor jongeren juist lastiger kan worden om hulp bij het juiste loket te vinden. Invoering van één van de twee scenario’s heeft volgens de minister als gevolg dat partijen de komende jaren vooral bezig zijn met aanpassen van wetten en verschuiven van budgetten en minder tijd hebben om Zorg voor de Jeugd uit te voeren. In het begin dit jaar gepresenteerde actieprogramma staat onder andere hoe kwetsbare jongeren beter te begeleiden naar zelfstandigheid. Hij geeft daarom voorrang aan het uitvoeren van de acties van het programma aangezien betere begeleiding en maatwerk voor kwetsbare jongeren volgens hem ook binnen het bestaande stelsel goed gerealiseerd kunnen worden.

Meer informatie