'Door de coronacrisis doen we wat nodig is'

01-05-2020
Zorg

Wat betekenen de coronamaatregelen voor kwetsbare jongeren die op eigen benen moeten gaan staan? Nicoline den Ouden (Expertiseteam complexe zorg in Midden-Holland) ziet de moeilijkheden, maar ook de mooie dingen die nu ontstaan.

'Als maatschappij moeten we niet onderschatten hoe lastig jongeren het nu hebben. Vanuit hun ontwikkelingstaak moeten jongeren op pad, om zich met hun peer group los te maken van hun ouders en om autonomie te ontwikkelen. Precies dat mogen ze nu niet doen.' Nicoline pleit voor enige mildheid. 'Natuurlijk moeten we handhaven en optreden als jongeren onvoldoende afstand houden. Maar begrijp wel dat dit gedrag voortkomt uit hun ontwikkelingstaak.'

Als projectmanager bij het Expertiseteam complexe zorg houdt ze zich onder andere veel bezig met jongeren die uit de jeugdzorg komen en op eigen benen moeten gaan staan. Waar andere jongeren afhankelijk zijn van hun ouders, zijn deze jongeren afhankelijk van het systeem, zegt ze. 'En in dat systeem is door de coronacrisis ineens veel onzeker geworden.'

Zo komt het regelmatig voor dat jongeren die de jeugdzorg verlaten bij vrienden of familie op de bank slapen, in afwachting van een eigen woning. 'Dat is nu nog ingewikkelder geworden. We krijgen met z'n allen de opdracht om thuis te blijven, maar zij hebben geen huis. Dat is een rotgevoel.'

Praatje maken

Nicoline vindt het 'supertof' dat hulpverleners creatieve manieren verzinnen om jongeren te blijven begeleiden. Sommigen gaan wandelen met jongeren, of op anderhalve meter voetballen. Veel hulpverlening gaat via videobellen, maar dat wordt als lastig ervaren, hoort Nicoline. 'Je ziet alleen elkaars gezicht. Een collega vertelde me dat als ze bij een jongere thuiskwam, ze direct kon ruiken of hij had geblowd. Als iemand zenuwachtig is en met zijn voeten wiebelt is, is dat normaal gesproken de start van een gesprek. "Wat ben je beweeglijk, vind je het spannend?" Maar nu zien we dat niet.'

De meeste jongeren die al in beeld waren bij de hulpverlening zijn dat nog steeds, denkt Nicoline. Ze maakt zich zorgen over jongeren die al wel kwetsbaar waren, maar nog niet goed in beeld. 'Als een leerkracht via Google Hangouts ziet dat een jongen er bleek uitziet, vraag hoe het met hem gaat. Vind je dat moeilijk? Praat erover met je collega's.' Het is een opdracht voor ons allemaal om contact te leggen met deze jongeren, vindt ze. 'Als jij je puberende buurjongen voorbij ziet sjokken en je vermoedt dat hij het zwaar heeft thuis, bedenk wat jij kunt doen. Een praatje maken kunnen we allemaal.'

Creativiteit

Bij complexe casussen ziet Nicoline dat oplossingen soms nog moeilijker zijn dan vóór de coronacrisis. Hulpverlening en voorzieningen zijn noodgedwongen op andere manieren ingericht, waardoor de mogelijkheden beperkter zijn. Tegelijkertijd ziet Nicoline dat sommige casussen verbazingwekkend snel opgelost worden.

'Ik maak me al weken hard voor een jongen met wie het niet goed gaat omdat hij op een verkeerde plek zit. Ik legde een paar lijntjes met de verantwoordelijke gemeente, die legde ook een paar lijntjes, en binnen een paar dagen hadden we een eigen huis voor deze jongen geregeld. Inclusief een toezegging van de woningbouwvereniging. Normaal duurt zo'n proces soms wel maanden.'

Ze vraagt zich nog steeds af hoe dit zo snel geregeld kon worden. Vooral omdat haar boodschap over deze jongen niet anders was dan vóór de coronacrisis. 'Ik vermoed dat sommige taken nu op een lager pitje staan. Misschien hebben mensen meer tijd en ruimte om hun tanden in zo'n casus te zetten.'

Ze ziet vooral dat het urgentiebesef groter lijkt te zijn. 'Ik merk dat mensen het niet willen laten gebeuren dat deze jongen daar zit te verpieteren.' Misschien komt dit doordat de huidige crisis ons allemaal raakt, denkt Nicoline. 'We voelen allemaal zelf de crisis, en de noodzaak om dingen anders te gaan doen. Dat heeft ervoor gezorgd dat de creativiteit ineens ging vloeien. We moesten bestaande processen overboord gooien, en heel snel nieuwe processen optuigen. Mensen beginnen te ervaren dat dit soms best goed lukt. Dat geeft een goed gevoel.'

Nicoline ziet een parallel tussen de coronacrisis en de huidige samenwerking bij complexe casussen. 'Ook daar worden bestaande werkwijzen overboord gegooid, en voelen mensen zich meer verantwoordelijk. "Ik ben hier eigenlijk niet van, maar wat een rotverhaal, ik ga zelf wel een paar mensen bellen." Dat is kennelijk wat een crisis met ons doet: we gaan doen wat nodig is.'

Het kan wel

Nicoline hoopt vurig dat we dit gedrag en deze positieve ervaringen kunnen behouden, zeker voor complexe casuïstiek. 'Voor deze casussen is het altijd nodig dat we standaardwerkwijzen loslaten en met elkaar gaan doen wat nodig is. Ik hoop dat we ons straks herinneren dat we daartoe in staat zijn.'

Ze noemt dit de 'het-kan-wel-mentaliteit', die ze nu bij veel mensen ziet. 'Gemeenten moesten de noodopvang voor scholen coördineren. Op dag één zag ik dat de betrokken mensen meer vragen dan antwoorden hadden. Op dag vijf was het grotendeels geregeld. Het kan dus wel. Laten we die manier van werken meenemen voor onze complexe casuïstiek in de toekomst.'