Jeugdzorgregio Midden-Holland brengt kwetsbare jongeren in beeld

20-02-2020
Netwerk & vrije tijd
Onderwijs
Veiligheid
Werk & inkomen
Wonen
Zorg

De overgang van jeugdzorg naar jongvolwassenheid veroorzaakt nog steeds veel problemen waardoor we jongeren uit het oog verliezen of ze niet langer kunnen bieden wat ze nodig hebben. De jeugdzorgregio Midden-Holland vroeg zich af of dit ook anders kan. Hoe kunnen deze vijf gemeenten de kansen van deze jongeren vergroten zodat zij niet de zorgvrager van de toekomst worden? We spraken met Nicoline den Ouden van Expertiseteam Complexe Zorg, belegd bij Jeugdbescherming west. Op verzoek van de jeugdzorgregio Midden-Holland, met kerngemeente Gouda als hoofdopdrachtgever, ging zij met dit vraagstuk aan de slag.  

Eerst moesten de vijf gemeente weten wie deze jongeren waren. Om hoeveel jongen gaat het eigenlijk en wat is er bekend over hun zorgbehoeften? Op basis van deze zorgbehoeften ontwikkelde Den Ouden vier uitstroomprofielen en koppelde daaraan vervolgens de cijfers van de jongeren per gemeente. Zo heeft ze inzichtelijk gemaakt wie deze jongeren zijn, met hoeveel ze zijn, en wat ze nodig hebben. Op die manier heeft ze geprobeerd grip te krijgen op deze jongeren in de leeftijd van 16 tot 27. Dit is best een diverse en ongrijpbare groep, maar door middel van deze vier profielen is de jeugdzorgregio Midden-Holland erin geslaagd deze jongeren beter in beeld te krijgen.

Hoe kwam dit project tot stand? 

"Als je mij zo’n anderhalf jaar geleden had verteld dat ik nu geïnterviewd zou worden over dit onderwerp, dan had ik je voor gek verklaard. Hoe is het dan toch zo gekomen? Ik had erg zitten worstelen hoe ik beweging kon krijgen in dit probleem dat wij met elkaar ’16-27’ zijn gaan noemen. Ik ben zeker niet de eerste die hier mee bezig is en vast ook niet de laatste, dus waarom is het zo moeilijk? Ik kan ook niet op alles antwoord geven of het veranderen, maar ik kan wel urgentie kweken. Ik kén deze jongeren en ken hun verhalen. Hoe vertaal ik dat op zo’n manier dat het echt gaat leven? Daarom ontwikkelde ik vier uitstroomprofielen, waardoor dit grote probleem in stukjes wordt geknipt. Als je de uitstroomprofielen kent, dan kun je vervolgens per profiel een soort ‘toolkit’ van oplossingen bedenken. Bij het maken van deze uitstroomprofielen kwam mijn ervaring binnen de jeugdhulpverlening goed van pas, maar het hielp ook om in gesprek te gaan met verwijzers en ervaringsdeskundigen." 

Hoe was het om samen te werken met ervaringsdeskundigen?

"Ik vond het in het begin best even spannend om samen te werken met ervaringsdeskundigen. Ik was bang dat deze jongvolwassenen nog teveel vanuit de wond zouden praten en niet vanuit het litteken. Hierdoor dacht ik dat iedere discussie zou gaan over hun eigen verhaal. Maar ik zat er flink naast! Dit komt omdat ze vanuit hun levenservaring juist hun kennis willen delen. Ze deden dat tijdens één van onze presentaties geweldig. Ze hadden per uitstroomprofiel een soort ervaringstheater gemaakt. Zo had een van hen, Femke, een rugzak vol bakstenen mee, en die stenen stonden allemaal symbool voor alle mislukte mijlpalen die ze in haar volwassen leven dus niet had bereikt. Kortom, als er één groep is die de urgentie voor je kan kweken dan zijn het de ervaringsdeskundigen!" 

Hoe verliep de samenwerking met de gemeente Gouda? 

"De gemeente Gouda was als kerngemeente van de regio Midden-Holland hoofdopdrachtgever. De samenwerking verliep uitstekend. Zij hadden een beleidsmedewerker gekoppeld aan dit project en geregeld hadden we overleg over de voortgang. Ze scherpten de opdracht hier en daar aan en hielpen mee wanneer dit nodig was. Het helpt enorm wanneer de opdrachtgever sterk laat voelen dat je gezamenlijk werkt aan het eindresultaat. Door mijn ervaring in de keten en eerdere ervaringen van mislukte trajecten kon ik goed overbrengen waarom het noodzakelijk was hier aandacht voor te hebben. Het idee van de uitstroomprofielen had ik al bedacht waardoor bij de start al duidelijk was wat ik zou gaan doen. Er was vertrouwen en ik denk dat dat een grote succesfactor is." 

Hoe nu verder? 

"Het probleem inzichtelijk en overzichtelijk maken is één ding. Het aan de slag met oplossingen voor deze jongeren is nog best ingewikkeld. We denken binnen het sociaal domein dat we elkaars taal spreken, maar dit is echt niet altijd zo. We liepen aan tegen onverbiddelijke toegangspoorten, Babylonische spraakverwarringen, en wet- en regelgeving die in de weg zit. Wat dat betreft is innoveren binnen het sociale domein toch ook een kwestie van hardnekkig improviseren. Alleen als iedereen een stapje naar voren zet, kan je deze grote uitdaging aan. Het is een hele klus, maar de urgentie wordt mede dankzij de ervaringsverhalen gevoeld. Tegelijkertijd is er ook goed nieuws: de eerste jongeren zullen de aankomende periode een eigen woning en passende ondersteuning krijgen. Dat was zonder dit project waarschijnlijk niet gelukt." 

Van ‘geen plek’ naar ‘eigen stek’

PDF - 5.17 MB