Jongeren zonder startkwalificatie vaker werkloos

20-02-2020
Werk & inkomen

Van de 181 duizend jongeren van 15 tot 27 jaar die zonder een startkwalificatie het onderwijs hebben verlaten, hadden er 70 duizend in 2019 geen werk (39 procent). Dat is relatief veel in vergelijking met jongeren die wel een startkwalificatie hebben (11 procent). Dat meldt het CBS in de Jeugdmonitor.

Bijna 39 duizend van de 70 duizend jongeren zonder startkwalificatie zeggen dat ze niet willen of kunnen werken. Veelvoorkomende redenen daarvoor zijn ziekte en beperkingen. Doordat relatief veel jongeren uit deze groep geen werk kunnen vinden of niet willen werken, is de nettoarbeidsparticipatie lager dan bij jongeren met een startkwalificatie.

Als jongeren zonder startkwalificatie wel werk vinden (61 procent), is dat vaker op een lager beroepsniveau dan leeftijdsgenoten met een startkwalificatie. Ook weten we dat het risico op uitval uit arbeid onder deze groep jongeren relatief hoog is. Als we kijken naar de specifieke beroepen waarin deze jongeren werkzaam zijn, dan gaat het bijvoorbeeld om laders, lossers, vakkenvullers, verkoopmedewerkers en barpersoneel.

Trends en ontwikkelingen

Thijs Tuenter, onderzoeker bij het Nederlands Jeugdinstituut, keek naar de trends en ontwikkelingen over de afgelopen jaren: "In vergelijking met voorgaande jaren gaat het op bepaalde punten wel beter met jongeren zonder startkwalificatie. Zo is de nettoarbeidsparticipatie van deze groep sinds 2015 gestegen van 52 procent naar 58 procent. Daarnaast werken jongeren die zonder startkwalificatie het onderwijs hebben verlaten relatief vaker voltijd dan voorheen. Ondanks dat de cijfers een aantal bemoedigende ontwikkelingen laten zien voor jongeren zonder startkwalificatie, is er nog steeds een groot verschil te zien met jongeren die wel een startkwalificatie hebben. Het belang van startkwalificatie wordt hiermee opnieuw benadrukt."

Eigenwaarde en autonomie

Volgens Vincent Fafieanie, expert bij het Nederlands Jeugdinstituut, staan nog steeds te veel jongeren aan de kant. 'Het hebben van werk versterkt eigenwaarde en autonomie. Voor elke jongere is dat belangrijk. Juist ook voor die jongeren die het niet gelukt is om een startkwalificatie te behalen. Zij missen de erkenning en waardering van een diploma. Samen met deze jongeren moeten we ons inspannen om maatschappelijke participatie naar vermogen mogelijk te maken.'

Het is belangrijk om gezamenlijk te kijken naar wat deze jongeren te bieden hebben, zegt Fafieanie. 'Het is aan partijen in de regio, onderwijs, werkgevers en gemeenten, om voor deze jongeren een passend aanbod te organiseren, gericht op hun mogelijkheden en talenten. Zo kunnen mbo's werken met deelcertificaten voor behaalde kennis en vaardigheden die aansluiten op de arbeidsmarkt. En werkgevers kunnen werkplekken hierop aanpassen. Op veel plekken in het land wordt er hard aan gewerkt om meedoen voor iedereen vanzelfsprekend maken.'

Bron: Jeugdmonitor CBS; Nederlands Jeugdinstituut

Lees het persbericht van het CBS