Jonggehandicapten eerder een baan, maar verdienen minder

04-11-2019
Werk & inkomen

Jonggehandicapten met arbeidsvermogen hebben sinds de invoering van de Participatiewet meer kans op een baan. Zij verdienen echter minder en ervaren minder financiële zekerheid dan Wajongers. Dat blijkt uit onderzoek van SEO Economisch Onderzoek naar de gevolgen van de Participatiewet voor 18- jarige jonggehandicapten. 

Voorheen kregen jonggehandicapten vanaf hun achttiende verjaardag een levenslange Wajong uitkering. Sinds 2015 vallen deze jongeren met arbeidsvermogen onder de Participatiewet. Jonggehandicapten zonder arbeidsvermogen kunnen nog wel instromen in de Wajong. 

Uit het onderzoek blijkt dat niet alleen de kans op een baan voor jongeren met arbeidsvermogen groter is, maar ook het aanbod van gemeentelijke diensten breder is geworden en er meer zicht op deze jongeren, met name door het Regionaal Meld- en Coördinatiepunt. De groei in banen voor jonggehandicapten onder de Participatiewet zit met name in deeltijdbanen en contracten voor bepaalde tijd.

Het gemiddelde inkomen van jonggehandicapten die onder de Participatiewet vallen ligt ongeveer 18 procent lager dan bij de onderzochte Wajong-groep. Ze doen vaak slecht betaald werk en zijn meestal niet in staat om voldoende uren te werken om een volledig minimumloon te verdienen. Daardoor blijven ze afhankelijk van de instrumenten die de Participatiewet biedt om een inkomen te verwerven. Ook ervaren zij minder financiële zekerheid dan Wajongers. 

De onderzoekers adviseren om de begeleiding en ondersteuning van jongeren met een arbeidsbeperking niet te beperken tot ‘uitstroom naar werk’. Een langetermijnbenadering met aandacht voor ontwikkelingsmogelijkheden en doorgroeimogelijkheden vergroot de kans op duurzaam werk dat jongeren met een arbeidsbeperking in staat stelt volledig te participeren in de maatschappij en een zelfstandig bestaan op te bouwen, zonder daarbij financieel afhankelijk te zijn van anderen.

Meer informatie