Positie van jongeren op de arbeidsmarkt in gevaar door coronacrisis

06-08-2020
Onderwijs
Werk & inkomen

In de afgelopen periode is er veel onderzoek gedaan naar de gevolgen van de coronacrisis voor jongeren. Uit deze onderzoeken komt met name naar voren dat veel jongeren op het gebied van werk en inkomen erg kwetsbaar zijn geworden. 

Werk en inkomen

Sinds februari zijn er ongeveer 62 duizend meer jongeren die zonder betaald werk zitten, maar wel actief op zoek zijn naar werk. In juni steeg onder 15-25 jarigen het werkloosheidspercentage (seizoengecorrigeerd) naar 10,7 procent, ten opzichte van 6,3 procent in de maand maart. Nog nooit steeg de werkloosheid onder jongeren zo snel.

De grote werkloosheidsstijging is deels te verklaren doordat in de meest getroffen sectoren, vooral veel jongeren werkzaam zijn. Zo werkte begin dit jaar een groot deel van de 15-25 jarigen voor eet- en drinkgelegenheden (13 procent). Daarnaast hebben veel jongeren tijdelijke contracten of werken ze als uitzendkracht. In het eerste kwartaal van 2020 had slechts 32 procent van de werkende 15-25 jarigen een vaste arbeidsrelatie. Onder jongeren zonder startkwalificatie heeft zelfs een kleine 80 procent van de werkenden geen vaste arbeidsrelatie. 697.000 jongeren tussen de 15 en 25 combineren onderwijs met een baan op flexibel contract en 75.000 jongeren werken als zelfstandige.

Veel jongeren geven dan ook aan zich zorgen te maken over hun werk en inkomen. Van de jongeren (18-27 jaar) die deelnamen aan het #ikpraatmee-onderzoek, is bijna de helft bezorgd over dit thema. Onder studenten leeft een grotere financiële onzekerheid. Twee op de vijf studenten in het hoger onderwijs maakt zich soms, vaak of constant zorgen om de financiële situatie. In het mbo geeft 40 procent van de studenten aan in financiële problemen te komen als zij geen hulp ontvangen.

Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt

Ook de aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt lijkt door te coronacrisis te zijn verslechterd. In het beroepsonderwijs zijn er grote zorgen over de relatie met de arbeidsmarkt. Docenten, bestuurders en onderwijsondersteuners zijn bang dat de afstand met de arbeidsmarkt groter wordt, mede doordat het aantal stage/BPV plekken afneemt. In het mbo gaf in april bijna de helft van de scholen aan dat er onvoldoende plek was voor beroepspraktijkvorming. Veel van de mbo-studenten hebben door de coronacrisis weinig of geen stage kunnen lopen. In het hoger onderwijs blijkt 22 procent van de studenten te maken hebben gehad met een uitval van de stage.

Kwetsbare jongeren lopen opnieuw de meeste risico’s

Uit eerder onderzoek weten we dat vooral jongeren met een geschiedenis in het praktijkonderwijs, (v)so en mbo niveau 1 een hoger risico lopen om op termijn zonder werk of opleiding te zitten. Datzelfde geldt voor voortijdig schoolverlaters en voor jongeren met een achtergrond in de jeugdzorg. Zo weten we bijvoorbeeld dat jongeren met een startkwalificatie maar zonder werk, opleiding en uitkering al snel buiten beeld raken van gemeenten en zorginstellingen. Deze jongeren lopen een groter risico om ongezien in schulden te komen met vaak directe gevolgen voor huisvesting en gezondheidszorg.

Over kwetsbare jongeren weten we bovendien dat het (terug)begeleiden naar onderwijs moeizaam is. Opleidingen nemen de jongeren niet aan, jongeren met een uitkering kunnen soms niet naar school zonder gekort te worden en regelmatig kan scholing niet worden gecombineerd met zorgtaken.

De groep kwetsbare jongeren werkt naar verhouding vaker op basis van tijdelijke contracten. Zonder arbeid raken ze snel minder arbeidsfit wat de afstand tot de arbeidsmarkt vergroot. De combinatie van de genoemde kenmerken van deze kwetsbare jongeren en de lage werkgelegenheid juist op de plekken waar zij werkzaam zijn, schept de verwachting dat deze groep de grootste (financiële) klap zal ondervinden.

Integrale aanpak 

Vanuit de landelijke aanpak 16-27 pleit onder andere het Nederlands Jeugdinstituut er dan ook voor om snel met een sluitende en integrale aanpak te komen om deze groep jongeren zo veel mogelijk in onderwijs en/of arbeid te houden.