Breda houdt zicht op continuïteit van zorg in coronatijd

Zorg

'In het algemeen zien we dat de meeste hulp en ondersteuning doorloopt, maar dan op andere manieren', zegt Melle Wijma. Hij is manager inkoop en contractering jeugdhulp voor de vijf gemeenten in de regio West-Brabant-Oost, waaronder de gemeente Breda. 'Bij de gecertificeerde instellingen is er bijvoorbeeld meer focus op de jeugdbescherming. In de gezinshuizen krijgen jongeren nog begeleiding en verzorging, maar is aanvullende behandeling soms lastig. En veel aanbieders van lichtere vormen van hulp zijn overgeschakeld naar beeldbellen. Of naar een-op-eengesprekken op afstand, bijvoorbeeld in de tuin.'

Risico's inventariseren

Al vrij vroeg in maart realiseerde Melle zich dat het belangrijk was om de impact van de coronamaatregelen op het zorg- en ondersteuningsaanbod in kaart te brengen. 'We wisten niet hoe lang deze situatie zou duren. Maar we konden ons maar één keer voorbereiden.' Contractmanagers en beleidsadviseurs zijn een hele dag in een hok gaan zitten — 'dit was nog vóór de anderhalvemetermaatregel' — en hebben informatie uit de contracten met zorgaanbieders en voorzieningen in een Excel-document gezet. In totaal gaat dit over ongeveer 390 voorzieningen, waarbij er voor de regio West-Brabant-Oost al 270 zorgaanbieders betrokken zijn.

'Vervolgens hebben de contractmanagers een scan gemaakt van alle organisaties, aan de hand van vier criteria', vertelt Melle. 'Komt in- en uitstroom van cliënten in gevaar, kan begeleiding nog worden geboden, kan behandeling nog worden geboden, en komt de veiligheid van cliënten in het geding? Op basis daarvan hebben we een risico-inventarisatie gedaan en alle aanbieders in vier fasen ingedeeld.'

Vier fasen

In die vier fasen wordt de impact op de hulp en ondersteuning steeds ingrijpender. In fase 1 en 2 loopt de hulpverlening grotendeels door, eventueel in afwijkende vorm. Maar vanaf fase 3 wordt dat anders. 'Dan is er geen sprake meer van in- en uitstroom en is er geen begeleiding en behandeling van cliënten meer mogelijk. Dan gaat het vooral over in contact blijven met cliënten.'

In de vierde fase komt de veiligheid van cliënten in het geding als de dienstverlening niet meer kan worden geleverd. Bijvoorbeeld als er door ziekte te weinig groepsleiding is om 24-uurszorg te kunnen garanderen. 'Dit gaat over zorg die moet blijven doordraaien, omdat de cliënt nergens anders heen kan. Denk aan crisisopvang, vrouwenopvang en jeugdbescherming.'

Doorlopend contact

Uit de eerste inschatting bleek dat veertig zorgaanbieders mogelijk in de hoogste fase komen. 'Met hen hebben we afgesproken binnen twee tot zeven dagen contact te hebben om te bespreken hoe het gaat en welke maatregelen we kunnen nemen. Met de aanbieders in fase 2 hebben we in ieder geval wekelijks mailcontact. En met alle andere aanbieders hebben we de afspraak dat zij zich melden als zich iets voordoet.'

Het maken van dit overzicht was geen eenmalige exercitie. Dagelijks vullen contractmanagers de matrix aan met ontwikkelingen en bijzonderheden bij aanbieders. Doorlopend maken ze de inschatting in welke fase een aanbieder zich bevindt, en naar welke fase die zich beweegt. 'Ook 's avonds en in de weekenden zijn we beschikbaar voor aanbieders. Zo houden we het overzicht. Eén keer in de week sturen we dat naar alle regioambtenaren.'

Bestuurders kunnen zo regie houden op de zorg en ondersteuning in hun gemeenten, ziet Melle. 'We geven bestuurders inzicht in de kaders waarbinnen we continu inventariseren. En als de situatie bij een aanbieder verergert, hebben we de mogelijkheid om daarop te acteren.'

Professionals uitlenen

Belangrijk knelpunt in de zorg en ondersteuning is de inzet van personeel, ziet Melle. Professionals worden zelf ziek, of kunnen minder werken doordat hun eigen kinderen thuis zitten.

Er is daarom al nagedacht over het 'uitlenen' van professionals van organisaties in fase 1 of 2 aan organisaties in fase 3 of 4. 'Zo ver is het nog niet gekomen, maar er zijn al wel zorgorganisaties die dat hebben aangeboden. We hebben op hoofdlijnen inzicht in welke mensen dan nodig zouden zijn, met welk opleidingsniveau en welke expertise. Als het moet, kunnen we op korte termijn bij aanbieders inventariseren welke mensen zij beschikbaar hebben. Of kunnen we organisaties met elkaar in contact brengen.'

Digitale hulpverlening

Nu duidelijk is dat we voorlopig niet teruggaan naar de oude situatie, denken zorgaanbieders ook na over de langere termijn, zegt Melle. 'Eerst keken organisaties hoe ze hun dienstverlening zo lang mogelijk konden continueren, daarna hoe ze hun dienstverlening konden aanpassen. Nu komt de vraag hoe ze de dienstverlening echt kunnen veranderen. Het verschilt daarbij per zorgorganisatie hoe creatief ze zijn met bijvoorbeeld beeldbellen en beeldbegeleiding.'

Hij verwacht dat digitale hulpverlening grotere vormen gaat aannemen, nu er noodgedwongen mee wordt geëxperimenteerd. Ook voor de samenwerking tussen organisaties kan dit nieuwe mogelijkheden opleveren. 'Bij casusbesprekingen moesten alle hulpverleners altijd op locatie komen. Allemaal een uur reizen voor een bespreking van een kwartier. Juist dat soort overleggen kan denk ik prima via beeldbellen.'

De matrix, die inmiddels door meerdere regio's en gemeenten wordt gebruikt, is beschikbaar op de website van Transitiepartners.