Combinatiefunctionaris arbeid helpt jongeren aan het werk te houden

Onderwijs
Werk & inkomen

De overgang van school naar werk is zeker voor jongeren op het praktijkonderwijs en speciaal onderwijs een flinke uitdaging. De gemeente Arnhem en de scholen van De Onderwijsspecialisten werken nauw samen om deze jongeren niet alleen aan het werk te helpen, maar ook aan het werk te houden. Een pilot met 'combinatiefunctionarissen arbeid' moet hieraan een belangrijke bijdrage leveren.

In de eerste jaren van de samenwerking lag de focus vooral op het realiseren van een sluitende aanpak van school naar werk, vertelt Natasja Salemink, adviseur bij het bedrijfsbureau voor Werk en Inkomen van de gemeente Arnhem. 'Geen enkele jongere thuis op de bank, dat was de ambitie. Naarmate we daar succesvoller in werden, besloten we de focus te gaan verleggen. Het moeten duurzame plaatsingen zijn.'

Wat houdt de pilot in?

Vorig schooljaar hebben de gemeente Arnhem en De Onderwijsspecialisten een pilot opgezet met 'combinatiefunctionarissen arbeid': opgeschaalde trajectbegeleiders die jongeren tot drie jaar na uitstroom naar werk kunnen blijven begeleiden. Het is een vorm van waakvlamondersteuning: één tot twee uur per week per jongere. Belangrijk hieraan is dat het doorlopende ondersteuning is, vertelt Richard Brenkman, voorzitter van het kennisteam Arbeidstoeleiding van De Onderwijsspecialisten. 'We zien regelmatig jongeren terugkomen die een tijdje aan het werk zijn geweest en dan worden ontslagen. Zeker nu in coronatijd. Ze zitten dan ineens thuis. Eerst hebben ze recht op een korte ww-periode, daarna moeten ze zich melden bij Werk & Inkomen van de gemeente. Dat is voor deze jongeren een aantal stappen teveel.'

Als ze werk hebben worden deze jongeren vaak begeleid door een jobcoach. 'Maar op het moment dat het werk stopt, geeft de jobcoach zijn opdracht terug aan de gemeente. Een combinatiefunctionaris arbeid kan wel drie jaar lang de regie houden, en zo een vertrouwd vangnet zijn. Dan kan een jongere nog steeds uitvallen, maar dan wordt die weer opgepakt. Dat is wat we nu vaak missen. Het stokje wordt zo goed mogelijk overgedragen, maar wat als het stokje valt? Wie pakt het dan op?'

Op welke leefdomeinen is de combinatiefunctionaris actief?

De combinatiefunctionaris arbeid richt zich op alle leefdomeinen. 'Vaak ligt de focus op werk. Maar als de andere domeinen niet in balans zijn, zoals de thuissituatie, zorg, hulpverlening of de financiële situatie, dan redt een jongere het niet.' Richard geeft het voorbeeld van een jongere die verhuisde naar een andere stad, in een andere gemeente en een andere arbeidsmarktregio. 'De combinatiefunctionaris arbeid loopt dan mee en zoekt uit hoe het daar georganiseerd is. Maar kijkt ook hoe de nieuwe thuissituatie van deze jongere eruitziet.'

Doordat de combinatiefunctionaris arbeid de jongere al een paar jaar kent, kan die ook goed met de werkgever meedenken hoe de jongere zich op de werkvloer verder kan ontwikkelen. 'Een werkgever is daardoor eerder geneigd om een contract te verlengen', ziet Richard. Daarbij kunnen ze op maat de ondersteuning organiseren. 'Zo hebben we een jongen die praktisch goed met een vorkheftruck weet om te gaan. Maar het theoretische gedeelte is een ander verhaal. De combinatiefunctionaris arbeid kan de werkgever tegemoetkomen en zeggen: wij pakken dat theoretische deel terug binnen het onderwijs. Dan ben jij verantwoordelijk voor het praktische deel op de werkvloer.'

Wie zijn de combinatiefunctionarissen?

Voor de nieuwe functie van combinatiefunctionaris arbeid was het het meest logisch om de trajectbegeleiders van de scholen 'op te schalen', vertelt Natasja. 'De vraag was: wie zijn de vertrouwde contactpersonen voor jongeren? Op wie vallen ze terug? We zien dat veel jongeren zich toch weer melden bij de school, bij hun oude trajectbegeleider.' 'Daarbij kent die de thuissituatie al en heeft hij al contact met de ouders', vult Richard aan. 'En vanuit de stage heeft hij vaak ook al een relatie met de werkgever. Zo is er een doorgaande lijn in de transitie van onderwijs naar werk.'

Wat zijn  belangrijke randvoorwaarden?

Voor deze pilot helpt het dat gemeente en onderwijs al jaren met elkaar samenwerken, benadrukken beiden. Maar volgens Richard is het ook noodzakelijk dat alle partijen verder kijken dan alleen hun eigen werkveld. 'Je moet over je eigen kaders en verantwoordelijkheden heen durven kijken. En daarbij creatief zijn, in het belang van deze leerlingen.'

Onderling vertrouwen is een belangrijke voorwaarde, ook voor het slagen van de pilot. De bekostiging is gebaseerd op een beperkt aantal uren per traject, waarbij de combinatiefunctionaris andere partijen inschakelt als meer inzet nodig is. Anders zou het ten koste gaan van zijn reguliere caseload als trajectbegeleider op school. Daarover vinden dus gesprekken plaats met de schooldirecteuren. 'Het is daarom niet in beton gegoten', zegt Richard. 'Het belangrijkste is: alle partijen zien de meerwaarde. We gaan samen ontdekken hoe het precies het beste werkt.'