Kwetsbare posities

We onderscheiden verschillende groepen jongeren in een kwetsbare positie. Sommige jongeren vallen in meerdere groepen. Andere jongeren zijn wel kwetsbaar, maar vallen wellicht niet binnen onderstaande categorieën. Onderstaande opsomming is daarmee niet uitputtend, maar geeft een beeld van bestaande kwetsbare groepen. Er zit ook overlap in de risicofactoren. 

Dak- en thuisloze jongeren

Het CBS schatte vorig jaar dat er op 1 januari 2016 ongeveer 10.700 jongeren van 18–27 jaar in Nederland dak- en thuisloos waren. Deze jongeren hebben in veel gevallen te maken met complexe, meervoudige problematiek, zoals (een combinatie van) financiële, psychische en/of verslavingsproblemen, soms in combinatie met een (licht) verstandelijke beperking. De jongeren hebben vaak geen stevig sociaal netwerk om op terug te vallen. Velen hebben ook een verleden in de Jeugdzorg en sommigen van hen zijn al eens in aanraking gekomen met politie of justitie.

Jongeren onder de 23 jaar met meervoudige problemen die geen vast onderdak of thuis hebben worden ook wel zwerfjongeren genoemd. Daaronder vallen:

  • feitelijk dakloze jongeren,
  • residentieel dakloze jongeren in specifieke voorzieningen voor zwerfjongeren,
  • residentieel dakloze jongeren in voorzieningen voor volwassenen (MO)
    De meeste zwerfjongeren zijn thuisloos en niet dakloos. Ze slapen niet letterlijk op straat, maar zwerven heen en weer tussen logeeradressen en slaapplaatsen bij instanties zoals de crisisopvang

Het actieprogramma Dak- en Thuisloze Jongeren van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport moet ervoor zorgen dat voor het eind van 2021 alle dak- en thuisloze jongeren de hulp en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben.

Jongeren met een lichte verstandelijke beperking

Dit zijn jongeren met een IQ tussen de 50 en 85 en met een beperkt sociaal aanpassingsvermogen. Ongeveer 11.000 kinderen en jongeren raken ernstig in de problemen. Vaak omdat er sprake is van meervoudige complexe problematiek, zoals ernstige gedragsproblemen, verslaving en schooluitval.
Het gaat om beperkingen ten opzichte van wat verwacht mag worden op basis van iemands leeftijd en cultuur, op ten minste twee van de volgende gebieden: communicatie, zelfverzorging, zelfstandig wonen, sociale en relationele vaardigheden, gebruikmaken van gemeenschapsvoorzieningen, zelfstandig beslissingen nemen, functionele intellectuele vaardigheden, werk, ontspanning, gezondheid of veiligheid.

Jongeren met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel

Jongeren met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel kunnen extra aandacht en inzet gebruiken bij het tot stand brengen van een succesvolle overgang naar volwassenheid. Veel van deze jongeren hebben een verstandelijke beperking of psychische problematiek. Als zij 18 worden stopt de maatregel en daarmee ook de (verplichte) jeugdhulp. Hierdoor kunnen deze jongeren er alleen voor komen te staan of uit beeld raken. Het vrijwillige karakter van de Wmo en de verplichte eigen bijdrage maakt dat jongeren stoppen met de hulpverlening, terwijl dat vaak nog nodig is.

Tip

Beter in Beeld

In de publicatie 'Beter in beeld. Jongvolwassenen na jeugdbescherming en jeugdreclassering' pleiten onderzoekers daarom voor maximale inzet op vrijwillige hulp en ondersteuning. Ook benadrukken zij het belang van ouderbetrokkenheid en een positief netwerk bij het ruim voor het 18e jaar werken aan een toekomstperspectief, evenals de noodzaak van een integrale aanpak waarbij voor alle betrokkenen (gemeenten, school, zorgaanbieders en politie) een verantwoordelijkheid is weggelegd.

Onzichtbare jongeren

Deze jongeren zijn buiten beeld omdat ze geen door de overheid bekostigd onderwijs volgen en niet aan het werk zijn. Ze zijn ook niet in beeld bij UWV en gemeenten voor ondersteuning naar werk, doordat zij geen uitkering ontvangen en niet ingeschreven staan als werkzoekende. Ze zijn wel ingeschreven in de Basisregistratie personen (BRP). Het gaat om 5,4 procent van alle 15- tot 27-jarigen. Het CBS noemt deze groep ook de ‘niet-melders’. Het zijn jongeren die niet kunnen of willen werken of leren, jongeren die eerst iets anders gaan doen (zoals reizen), jongeren die een zorgtaak hebben of jongeren die minder dan 12 uur werken. Veel van hen zijn in aanraking geweest met justitie.

Probleemjongeren

Jongeren die probleemgedrag vertonen. In bredere zin wordt de term ook gebruikt om jongeren te omschrijven die te maken hebben met een opeenstapeling van problemen, zoals gedragsstoornissen, persoonlijke of gezinsproblemen. Beide definities overlappen elkaar.

Risicojongeren

Dit zijn jongeren bij wie zich problemen voordoen die een bedreiging vormen voor hun lichamelijke, psychische, sociale of cognitieve ontwikkeling. Zij kunnen daardoor een gevaar zijn voor zichzelf of hun omgeving, Het kan gaan om kwetsbare jongeren zoals mishandelde jongeren, jongeren met verslaafde ouders of jongeren met een achterstand. Maar ook om jongeren bij wie zich op een andere manier een opeenstapeling van problemen voordoet.

Spookjongeren

Jongeren van 18 tot 26 jaar die niet ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen, maar die wel in de gemeente leven. Zij kunnen zijn uitgeschreven uit het bevolkingsregister of op een ander adres geregistreerd staan dan waar zij wonen. Bijvoorbeeld vanwege problematische schulden, criminaliteit en detentie, huisvestingsnood of thuisproblematiek. Zij hebben voor zover bekend geen (wit) werk, doen geen beroep op een uitkering en staan niet bij een school ingeschreven. Spookjongeren maken deel uit van de groep risicojongeren.

Thuiszitters

Jongeren die zonder ontheffing niet naar school gaan. Daarbinnen zijn twee groepen te onderscheiden:

  • Jongeren met een leer- en kwalificatieplicht die niet op een school staan ingeschreven, zonder dat daarvoor op grond van de Leerplichtwet vrijstelling is gegeven (absoluut verzuim).
  • Jongeren met een leer- en kwalificatieplicht die wel op een school staan ingeschreven, maar langer dan vier weken ongeoorloofd verzuimen (relatief verzuim).

Voortijdig schoolverlaters

Jongeren die geen onderwijs volgen en geen startkwalificatie hebben (een diploma op minimaal mbo 2-niveau, havo of vwo diploma). Uitzondering vormen de jongeren met een uitstroomprofiel dagbesteding: zij zijn niet in staat om een startkwalificatie te halen en hebben daarom geen kwalificatieplicht. Ook jongeren die een praktijkverklaring hebben worden niet als vsv-ers gezien.

Alleenstaande minderjarige vluchtelingen (amv)

Een asielzoeker heeft in Nederland bescherming aangevraagd, terwijl bij een vluchteling in asielprocedure is vastgesteld dat hij gevaar loopt in het land van herkomst vanwege oorlog, politiek geweld, seksuele geaardheid, afkomst of religie. Erkende vluchtelingen, ook wel status- of vergunningshouders genoemd, krijgen een verblijfsvergunning en mogen in Nederland blijven.

Tip

Verantwoordelijkheid gemeente asielbeleid

Bekijk de website van VNG voor meer informatie over de gemeentelijke verantwoordelijkheid bij asielbeleid.