Toekomstgericht werken is relatiegericht

16-07-2020

Marte Wiersma en Roel van Goor uitten hun zorgen over de haalbaarheid van toekomstgericht werken op sociale vraagstukken.nl. Het maken van een toekomstplan is een luxe die ze zich niet kunnen veroorloven, stellen de auteurs. Zij pleiten voor relatiegerichte in plaats van toekomstgerichte hulpverlening. Landelijke Aanpak 16-27 onderschrijft dit. Relatiegericht werken is de basis van het vakmanschap dat nodig is om kwetsbare jongeren tussen 16 en 27 jaar op weg te helpen naar een stabiele toekomst. Dat begint bij het helpen in het hier en nu om jongeren vervolgens vanuit een stabiele basis te stimuleren aan hun toekomst te werken.

door Brechje Kuipers en Freya Mostert*

“Wij hebben thuis veel te maken gehad met hulpverlening. Dat begon al met mijn geboorte  in een Blijf-van-mijn-lijfhuis, dus dat was een mooi begin”, zegt de negentienjarige Jason in een serie gesprekken tussen jongeren die wel en niet met jeugdzorg zijn opgegroeid. Die gesprekken zijn georganiseerd door de Amsterdamse jeugdzorgorganisatie Levvel, voorheen Spirit, en te vinden op Youtube. Daarin valt op dat jongeren uit de jeugdzorg minder vertrouwen in anderen hebben dan jongeren die ‘gewoon’ bij hun ouders zijn opgegroeid. Nogmaals Jason: “Mijn vertrouwen in mensen is heel erg gedaald en de mensen die ik nu vertrouw gaan door zoveel testen heen; het lijkt wel The Hunger Games; ze vallen stuk voor stuk af.”

Stabiele basis

Vertrouwen in jezelf en in de mensen om je heen, ruimte om jezelf te ontwikkelen en een vangnet van mensen die je onvoorwaardelijk steunen. Dat is wat veel jongeren in de jeugdzorg op hun weg naar volwassenheid missen. Terwijl ze rond hun achttiende wel versneld zelfstandig moeten worden en moeten zorgen voor een steunend netwerk, een dak boven hun hoofd, een opleiding of baan, een inkomen en een bevredigend sociaal leven. Dat wringt omdat ze daar, net als leeftijdgenoten, meer tijd en ruimte voor nodig hebben. Ze hebben behoefte aan professionals die hun hulp afstemmen op wat zij belangrijk vinden,  doorgaande ondersteuning bieden zonder hobbel rond het achttiende jaar, en hen pas loslaten als ze op de vijf genoemde gebieden, de Big5, een stabiele basis hebben gevonden.

Dat blijkt steeds weer uit onderzoeken onder jongeren en uit overleg met jongerenorganisaties over de jeugdzorg. Kwetsbare jongeren hebben betekenisvolle relaties nodig waarop ze kunnen terugvallen en waardoor ze de ruimte krijgen om zich te richten op herstel en ontwikkeling.

Toekomstgericht

Het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ) en het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) zijn samen verantwoordelijk voor de uitwerking van de Landelijke aanpak toekomstgericht werken in het kader van het actieprogramma Zorg voor de Jeugd. Toekomstgericht werken is per definitie relatiegericht werken. Pas als de jongere zijn of haar leefwereld, verlangens en dromen laat zien, kan de professional aansluiten op wat voor de jongere van belang is; zijn of haar toekomstplan. Dat lukt alleen als professional en jongere een relatie aangaan en vertrouwen opbouwen waardoor oprechte betrokkenheid, interesse en gelijkwaardigheid ontstaat. Van professionals wordt ook gevraagd dat zij voortdurend oog hebben voor de mensen die voor de jongere belangrijk zijn. Jongeren vallen niet terug op systemen, maar op relaties. Het is een taak van hulpverleners om de stabiliteit en duurzaamheid van die relaties te bevorderen. Door het eigen netwerk van jongeren intensief te betrekken en te versterken kunnen ze ervoor zorgen dat die jongeren uiteindelijk op eigen kracht verder kunnen. Tot slot vraagt toekomstgericht werken van professionals ook een open en brede blik, over de grenzen van hun eigen organisatie. Samenwerking met partners op het gebied van support, wonen, school, werk, inkomen en welzijn is cruciaal om jongeren te helpen een stabiele basis te vinden.

Niet te snel vooruit

“Hoe moet ik over mijn toekomst nadenken als het heden nog zo’n grote uitdaging is?”,  verzuchtte een jongere vorig jaar tijdens de pilots rond het werken met een toekomstplan. Die reactie kunnen we ons goed voorstellen. Jongeren hebben vaak een weerstand tegen het maken van toekomstplannen, zeker in moeilijke en onzekere situaties. En nu, in coronatijd, helemaal.

Op 1 juli stelden Marte Wiersma en Roel van Goor van InHolland onder de titel Kijk niet te ver vooruit met kwetsbare jongeren op deze website dat relatiegericht werken voor deze doelgroep de voorkeur verdient boven toekomstgericht werken. Uit recente eigen onderzoeken concluderen zij dat jongeren nauwelijks met hun toekomst bezig zijn, maar veel meer met urgente actuele zaken. Het maken van een toekomstplan is een luxe die ze zich niet kunnen veroorloven, stellen de auteurs. Zij pleiten voor relatiegerichte in plaats van toekomstgerichte hulpverlening.

Zoals we hiervoor geschetst hebben, zien wij relatiegericht werken als een belangrijk onderdeel, en misschien wel de kern, van het vakmanschap dat nodig is voor toekomstgericht werken. Maar we gunnen het jongeren ook dat ze een toekomstperspectief krijgen, via kleine stapjes die bij hun eigen situatie en wensen passen.

Samen doen

Wat is de kern van het vakmanschap dat nodig is voor een goede begeleiding van jongvolwassenen? Wij nodigen iedereen uit die vanuit wetenschappelijk onderzoek, professionele en ervaringskennis een bijdrage kan leveren aan het antwoord op die vraag. We zijn met dezelfde beweging bezig en hebben dezelfde taal nodig om een steviger basis te geven aan dit vakmanschap. Als professionals, maar ook als beleidsmakers, bestuurders en als samenleving kunnen we voor kwetsbare jongeren alleen verschil maken als we het samen doen. Vanuit hetzelfde gevoel van urgentie en verantwoordelijkheid.  


*Brechje Kuipers is lid van het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ). Freya Mostert is projectleider van de aanpak16-27 vanuit het NJi. Beide organisaties ontwikkelen samen de aanpak toekomstgericht werken.